Eerder gaf toenmalig minister Paul van SZW al aan dat het niet langer haalbaar is om het keuzerecht bedrag ineens per 1 juli 2026 in werking te laten treden.
Meer keuzevrijheid
Het wetsvoorstel herziening bedrag ineens heeft tot doel mensen meer keuzevrijheid te geven bij het benutten van hun pensioen, door het mogelijk te maken dat mensen bij pensionering maximaal 10% van hun pensioen in één keer kunnen opnemen als bedrag ineens. Hierbij is een beter uitvoerbaar en communiceerbaar alternatief voorgesteld voor de mogelijkheid van uitgestelde uitbetaling.
Minister Paul van SZW stuurde de Eerste Kamer de nota naar aanleiding van de nadere vragen over Uitstel van de inwerkingtreding van het bedrag ineens.
In antwoord op vragen geeft de minister aan dat het niet langer haalbaar is om het keuzerecht bedrag ineens per 1 juli 2026 in werking te laten treden, gezien het feit dat de sector een voorbereidingstijd van zes tot negen maanden nodig heeft.
De minister gaf toen aan dat het aan een nieuw kabinet is om te besluiten over een nieuwe inwerkingtredingsdatum.
In de Voorjaarsnota 2026 staat nu dat de invoering van de Wet herziening bedrag ineens wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029. Dit leidt tot een derving in 2026, 2027 en 2028.
Uitstel pensioen bedrag ineens (in miljoenen euro (+ is saldoverbeterend)):
- 2026: -13
- 2027: -26
- 2028: -26
Inwerkingtreding keuzerecht na transitie
Minister Vijlbrief van SZW Heeft in een Kamerbrief de Tweede Kamer geïnformeerd over uitstel van de beoogde inwerkingtreding van het keuzerecht bedrag ineens naar 1 januari 2029.
De commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Eerste Kamer heeft in de vergadering van 10 februari besloten het wetsvoorstel pas plenair te behandelen wanneer het nieuwe kabinet duidelijkheid kan bieden over het moment van inwerkingtreding van de wet mede in relatie tot de transitie van het pensioenstelsel.
De regering heeft er oog voor dat de transitie veel tijd en capaciteit vergt van pensioenuitvoerders. Uit overleg met de Pensioenfederatie blijkt dat pensioenuitvoerders een voorkeur hebben voor een inwerkingtreding van het keuzerecht na de transitie. De huidige combinatie van beide trajecten ervaren zij als uitdagend.
Gezien het belang dat het ministerie van SZW hecht aan de implementatie van de transitie als ook goede communicatie en keuzebegeleiding wil het ministerie niet voorbijgaan aan de signalen die vanuit de Tweede Kamer en vanuit de sector zijn afgegeven.
De invoering van de Wet herziening bedrag ineens wordt daarom uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029.

