Een ondernemer (een eenmanszaak) heeft in 2024 een personenauto aangeschaft. De auto vormt keuzevermogen en de onderneming heeft de auto tot het ondernemingsvermogen gerekend. Op het moment van aanschaf is de auto vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik genomen. De auto is een zogenoemde ‘youngtimer’. De bijtelling privégebruik van die personenauto is dan in 2024 35% van de waarde in het economisch verkeer. De aanslag over 2024 van de ondernemer staat onherroepelijk vast.
Omvang bijtelling auto
Op grond van artikel II, onderdeel Aa Belastingplan 2026 (Kamerstukken II 2025-26, 36812, nr. 102) wordt artikel 3.20, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet Inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) gewijzigd. Als gevolg hiervan wijzigt ook de omvang van de bijtelling privégebruik auto.
Vanaf 2027 bedraagt de bijtelling 35% van de waarde in het economische verkeer als de auto 25 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. Vanaf het belastingjaar 2027 wijzigt dus de berekening van de bijtelling van die personenauto naar 22% van de cataloguswaarde.
Vragen en antwoorden
- Kan de wetswijziging van art. 3.20, eerste lid, onderdelen a en b, Wet IB 2001, per 1 januari 2027 met betrekking tot de omvang van de bijtelling privégebruik auto een bijzondere omstandigheid vormen die een keuzeherziening rechtvaardigt?
- Op welk moment kan de ondernemer zijn keuze herzien?
- Ja, de wetswijziging kan een bijzondere omstandigheid vormen die keuzeherziening rechtvaardigt, als door de ondernemer aannemelijk wordt gemaakt dat hij onder de nieuwe wettelijke regeling een andere etiketkeuze zou hebben gedaan dan onder de oude regeling.
- De ondernemer kan zijn keuze herzien na inwerkingtreding van het nieuwe bijtellingspercentage per 1 januari 2027.
Vermogensetikettering
Bij vermogensetikettering is het uitgangspunt dat het al dan niet behoren van een vermogensbestanddeel (activum of passivum) tot het ondernemings- of privévermogen in het algemeen afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige. Dit kan tot uitdrukking komen in zijn boekhouding, dan wel op een andere manier. De belastingplichtige is daarbij vrij in zijn keuze, echter binnen de grenzen van de redelijkheid.
Keuze
Is de keuze eenmaal gedaan, dat wil zeggen tegenover de Belastingdienst uitgebracht, dan kan daarop niet meer worden teruggekomen zodra die keuze onherroepelijke gevolgen heeft gehad. De belastingplichtige is aan de keuze ook in de toekomst gebonden en mag daarop slechts terugkomen wanneer bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
Een wijziging van de grondslag voor de berekening van de bijtelling vormt onvoldoende grond om keuzeherziening toe te staan, ook al is de bijtelling in 2027 hoger dan de bijtelling in 2024. De belastingplichtige moet namelijk alle feiten en omstandigheden betrekken in zijn stelling dat hij een andere etiketkeuze zou hebben gemaakt.
Onderzoek
Er moet dus onderzoek worden gedaan naar de motieven in 2024 van belastingplichtige om de auto als ondernemingsvermogen te etiketteren. Hierbij rust de bewijslast op belastingplichtige om aannemelijk te maken dat deze in 2024 een andere keuze zou hebben gemaakt als de nieuwe wettelijke regeling voor de bijtelling privégebruik zou hebben gegolden. Dit moet per individuele belastingplichtige aannemelijk worden gemaakt.
Bewijslast
Hoe deze bewijslast kan worden ingevuld, is afhankelijk van de specifieke situatie van de belastingplichtige. De motieven voor de etiketkeuze van de belastingplichtige tijdens de aanschaf van de auto kunnen zeer divers zijn. Feiten en omstandigheden die relevant kunnen zijn bij de aanvankelijke etiketkeuze zijn bijvoorbeeld:
- het jaar van de tenaamstelling van de auto en de op dat moment geldende wettelijke regels voor bijtelling privégebruik auto;
- het op het moment van de etiketkeuze geldende overgangsrecht;
- het beoogd zakelijk- en privégebruik van de auto;
- overige (fiscale) stimuleringsmaatregelen zoals investeringsaftrekken en willekeurige afschrijving.
Keuzeherziening
De Hoge Raad heeft in eerder vermeld arrest van 19 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP5966, geoordeeld dat een gerechtvaardigde keuzeherziening plaatsvindt op de eerste dag van de nieuwe regeling. Hieruit volgt dat als de ondernemer slaagt in de op hem rustende bewijslast, keuzeherziening mogelijk is vanaf het moment van inwerkingtreding van de nieuwe wet, dus op 1 januari 2027.
KG:213:2026:1 Heretikettering bij wetswijziging privégebruik auto

