Werknemers die de werkgever tijdelijk naar het buitenland uitzendt, of die de werkgever vanuit het buitenland naar Nederland haalt om te werken, krijgen vaak een vergoeding voor de extra kosten van dat tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst. Dat zijn de extraterritoriale kosten. Voor deze vergoeding geldt een gerichte vrijstelling.
Gerichte vrijstelling
Voor het gericht vrijgesteld vergoeden van die kosten kun je kiezen om de werkelijke extraterritoriale kosten te vergoeden of, onder voorwaarden, de expatregeling toe te passen.
Als je de werkelijke extraterritoriale kosten vergoedt, kun je sinds 1 januari 2026 voor de inkomende werknemer niet langer de volgende kosten gericht vrijgesteld vergoeden:
- de extra kosten van levensonderhoud, waaronder de kosten van gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen;
- de extra gesprekskosten met het land van herkomst, die de werknemer maakt voor privédoeleinden.
Vrije ruimte
Als je deze kosten wel vergoedt kun je mogelijk nog wel gebruikmaken van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Daarvoor moet je de vergoeding van deze kosten aanwijzen als eindheffingsloon. Daarbij moet wel aan de gebruikelijkheidseis worden voldaan.
Voor werknemers die de werkgever naar het buitenland zendt (uitgezonden werknemers) blijft wel de mogelijkheid bestaan om de extra uitgaven van levensonderhoud en gesprekskosten gericht vrijgesteld te vergoeden.

