De man is per 1 september 2017 in dienst getreden bij bedrijf 1 in de functie van junior accountmanager op basis van een arbeidscontract voor bepaalde tijd tot 31 maart 2018. De arbeidsovereenkomst is vervolgens verlengd.
De man is op 20 juni 2022 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan met bedrijf 2 voor de functie van senior investmentmanager. In de arbeidsovereenkomst is vermeld dat het salaris € 5.450 bruto per maand bedraagt.
Bedrijf 2 is op 20 juni 2023 en bedrijf 1 is op 5 juli 2023 in staat van faillissement verklaard.
De kantonrechter heeft op 29 juni 2023 bedrijf 2 veroordeeld tot het betalen van € 62.213,85 bruto aan de man voor achterstallig loon over de periode van 20 juni 2022 tot en met mei 2023.
Uitkering wegens betalingsonmacht
De man heeft op 4 juli 2023 bij UWV een aanvraag voor een uitkering wegens betalingsonmacht ingediend. Daarin heeft de man vermeld dat hij op 20 juni 2022 in dienst is getreden als investment manager in een omvang van 40 uur per week met een salaris van € 5.450 per maand, dat tot en met 19 juni 2022 zijn loon is betaald en dat de curator op 30 juni 2023 het dienstverband heeft opgezegd.
Op verzoek van UWV is onderzoek verricht of sprake is geweest van een privaatrechtelijke (of fictieve) dienstbetrekking. Op 29 november 2023 is geconcludeerd dat niet vast is komen te staan dat de man een privaatrechtelijke dienstbetrekking heeft gehad met de failliete onderneming bedrijf 2 en dus daarmee ook het recht op de vordering komt te vervallen.
Aan de dienstbetrekking van de man bij bedrijf 1 in de functie van junior accountmanager wordt niet getwijfeld.
Geen WW-uitkering
UWV heeft de aanvraag van 4 juli 2023 voor een uitkering vanwege betalingsonmacht afgewezen en geweigerd aan de man per 20 juni 2023 een WW-uitkering toe te kennen. Deze besluiten heeft UWV bij het bestreden besluit gehandhaafd.
Volgens UWV is niet vast komen te staan dat de man een privaatrechtelijke dienstbetrekking heeft gehad bij bedrijf 2. Er kan niet worden vastgesteld dat de man feitelijk heeft gewerkt als senior investmentmanager.
Ook beschikt de man niet over de werkervaring die de hoogte van de overeengekomen beloning zou rechtvaardigen. Hij heeft ook niet kunnen aantonen dat sprake was van een gezagsverhouding. Niet duidelijk is of de man vanaf de indiensttreding instructies of opdrachten heeft ontvangen van de leiding van bedrijf 2. Ook kan niet worden vastgesteld of er loon is betaald. De gedane betalingen zijn niet te traceren, het afgesproken salaris van € 5.450 is nooit aan de man overgemaakt en de bedragen zijn ook niet terug te vinden in de polisadministratie.
Fulltime gewerkt
De man voert aan dat aan de arbeidsovereenkomsten daadwerkelijk uitvoering is gegeven. Vanaf zijn indiensttreding heeft hij wekelijks fulltime werkzaamheden verricht, waaronder het actief benaderen en onderhouden van contacten met potentiële investeerders, het voorbereiden en zelfstandig voeren van gesprekken met zakelijke relaties, het opstellen van presentaties en adviesmemo’s ten behoeve van investeringsbeslissingen, et cetera.
De man heeft ter onderbouwing van het feitelijke karakter van zijn werkzaamheden verklaringen overgelegd van een oud-collega en een investeerder die betrokken was bij zijn werkgever. Daarnaast heeft hij een door hem opgestelde e-mail overgelegd waaruit zijn actieve betrokkenheid bij de bedrijfsvoering blijkt.
Duidelijke gezagsrelatie
Verder stelt de man dat er in de dagelijkse praktijk sprake was van een duidelijke gezagsrelatie. Hij werd aangestuurd door de direct leidinggevende regelmatig de taken en prioriteiten bepaalde. Hij bereidde op diens verzoek frequent concepten voor e-mails en externe correspondentie voor, die vervolgens door of namens de directie werden verzonden. Verder werd de voortgang gemonitord aan de hand van rapportages en mondelinge feedback.
Loonafspraak gemaakt
Verder stelt de man dat vast staat dat er tussen hem en zijn voormalige werkgever een loonafspraak is gemaakt en dat hij op basis van de gesloten arbeidsovereenkomst recht had op salaris. De werkgever is echter op enig moment opgehouden met het voldoen van het overeengekomen salaris. Dit was voor de man aanleiding om herhaaldelijk te verzoeken om betaling, en uiteindelijk tot het indienen van een loonvordering, Het bestaan van de loonvordering is volgens de man met het vonnis van de kantonrechter van 29 juni 2023 bevestigd.
Daadwerkelijke arbeidsrelatie
Tot slot heeft de man verwezen naar recente e-mailcorrespondentie tussen de leidinggevende en de externe boekhouder waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomsten door de werkgever zijn aangeleverd bij het administratiekantoor met het verzoek om deze met terugwerkende kracht in de loonadministratie op te nemen. Daarmee wordt volgens de man bevestigd dat er sprake was van een daadwerkelijke arbeidsrelatie.
Aanspraak op WW-uitkering?
Aan de orde voor de rechtbank is de vraag of de man kan worden aangemerkt als werknemer in de zin van de WW en dus aanspraak kan maken op een WW-uitkering. In artikel 3, eerste lid, van de WW is als werknemer gedefinieerd de natuurlijke persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
Op de man rust, als aanvrager van de WW-uitkering, de bewijslast van het bestaan van de privaatrechtelijke dienstbetrekking.
Persoonlijke arbeid?
Heeft de werknemer als senior investment manager persoonlijke arbeid verricht bij bedrijf 2?
De man heeft geen assessment of sollicitatiegesprek hoeven af te leggen om deze functie te bekleden en in de arbeidsovereenkomst wordt geen specifieke functiebeschrijving aangegeven. Hij heeft verklaard dat hij zich vooral bezig hield met voorbereidende en administratieve taken zoals het up-to-date houden van gespreksverslagen en het maken van afspraken met potentiële investeerders en dat hij zelf geen gesprekken voerde.
Volgens de onderzoeker valt te betwijfelen of de man echt werkzaamheden van een senior investmentmanager heeft uitgevoerd. Er mag verwacht worden dat een senior investmentmanager ook gesprekken voert met potentiële investeerders. De werkzaamheden die de man volgens zijn verklaring verrichtte bij bedrijf 2 behoren meer tot de werkzaamheden bij zijn vorige functie van junior accountmanager bij bedrijf 1.
Verder wordt in het faillissementsverslag vermeld dat er vanaf maart 2022 geen enkele ondernemingsactiviteit meer is verricht. De rechtbank oordeelt dat UWV op basis van dit rapport terecht heeft geconcludeerd dat de man feitelijk niet werkzaam is geweest in de functie van senior investmentmanager bij bedrijf 2.
De door de man ter onderbouwing van zijn standpunt overgelegde stukken leiden niet tot een ander oordeel.
Nee, geen recht op WW-uitkering
Nu de man er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat hij de werkzaamheden als senior investmentmanager bij bedrijf 2 heeft verricht, is er hierom al geen sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking geweest. UWV heeft dan ook terecht bepaald dat de man geen recht heeft op een WW-uitkering.
Uitspraak Rechtbank Den Haag, 15 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11286

