Het geschil waar Hof Den Haag uitspraak over moet doen betreft de inhoud van een (niet schriftelijk vastgelegde) bonusregeling.
De werkgever is een coffeeshop. De kantonrechter heeft overwogen ervan uit te gaan dat twee door de werkgever genoemde voorwaarden voor het recht op bonus geen onderdeel zijn van de bonusregeling. Deze twee voorwaarden zijn dat het kasverschil aan het einde van de werkdag maximaal € 5 bedraagt en dat het voorraadverschil hennep houdende producten maximaal vijf gram bedraagt.
De kantonrechter heeft daarbij opgemerkt dat eventuele onduidelijkheden in de bonusregeling voor risico van de werkgever komen omdat hij heeft nagelaten de bonusregeling schriftelijk vast te leggen.
De kantonrechter heeft de werkgever ook niet gevolgd in het betoog dat voor de berekening van de bonus de dagomzet naar beneden wordt afgerond op een duizendtal.
0,5% dagomzet per gewerkte dag
Volgens de kantonrechter is komen vast te staan dat de werknemers (‘niet-vullers’) recht hebben op 0,5% van de dagomzet per gewerkte dag, waarbij de dagomzet wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal (dus zowel naar boven als naar beneden) en waarbij geen andere voorwaarden gelden.
Niet eens over inhoud bonusregeling
Partijen hebben ter zitting in hoger beroep bevestigd dat het geschil betreffende de bonusregeling moet worden beoordeeld op basis van de stelling van de werknemers dat tussen partijen een bonusregeling is afgesproken, maar de werknemers en de werkgever het niet eens zijn over de inhoud van de tussen hen gemaakte afspraak.
Voorwaarden gesteld aan bonus?
Volgens de werknemers houdt deze afspraak in dat zij een bonus van 0,5% over de dagomzet zullen ontvangen, niets meer en niets minder. Zij betwisten dat er voorwaarden zijn gesteld aan de bonus (een maximaal kasverschil van € 5 en een voorraadverschil van maximaal vijf gram) en dat is afgesproken dat voor de berekening van de bonus de dagomzet naar beneden wordt afgerond.
De werkgever erkent dat tussen partijen een bonusregeling is afgesproken, maar voert aan dat onderdeel van de gemaakte afspraak is dat:
- het kasverschil aan het einde van de werkdag maximaal € 5 bedraagt;
- het voorraadverschil hennep houdende producten maximaal vijf gram bedraagt;
- de dagomzet dagelijks naar beneden wordt afgerond op een duizendtal;
- van de afgeronde dagomzet 1% onder de medewerkers per locatie wordt verdeeld.
Niet schriftelijk vastgelegd
De tussen partijen overeengekomen bonusregeling is niet schriftelijk vastgelegd. Dit betekent dat de werkgever niet heeft voldaan aan de verplichting als omschreven in artikel 7:655 lid 1 BW. Deze bepalingen houden (onder h) de verplichting voor de werkgever in om de werknemer schriftelijke opgave te verstrekken van het loon. Tot het loon behoort ook de bonusregeling.
Schriftelijke opgave verplicht
In artikel 7:655 lid 1 BW onder h staat het volgende:
“De werkgever is verplicht aan de werknemer een schriftelijke of elektronische opgave te verstrekken met ten minste de volgende gegevens:
het loon, met inbegrip van het aanvangsbedrag, de afzonderlijke bestanddelen ervan, de wijze en frequentie van uitbetaling en indien het loon afhankelijk is van de uitkomsten van de te verrichten arbeid, de per dag of per week aan te bieden hoeveelheid arbeid, de prijs per stuk en de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering is gemoeid;”
Hogere bonus bij hogere omzet
Het hof leest in het verweer van de werkgever slechts één argument. De werkgever stelt dat het gebruikelijk en algemeen bekend is dat werknemers wel een prestatie moeten leveren om in aanmerking te komen voor een bonus. Het hof acht dit argument niet overtuigend in een geval waarin – zoals hier – de hoogte van de bonus afhankelijk is van de gerealiseerde dagomzet. In zo’n bonussysteem ligt immers besloten dat de werknemer een hogere bonus ontvangt naarmate hij een hogere omzet realiseert.
De lezing van de werkgever over de inhoud van de bonusregeling, in het bijzonder de beperkingen die volgens de werkgever daarbij geldt, als onbewezen moet worden verworpen.
Geen inzage, daarom niet geprotesteerd
De werkgever heeft nog aangevoerd dat de werknemers tot voor kort nooit hebben geprotesteerd tegen de hoogte van de bonus en dat zij stilzwijgend hebben ingestemd met de wijze van berekening. Dit verweer snijdt geen hout omdat, de werknemers nooit inzage hebben gehad in de wijze waarop de werkgever hun bonus hebben berekend (nog daargelaten dat de werkgever geen consistente berekeningswijze inzichtelijk hebben kunnen maken).
Berekening bonus
Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de kantonrechter dat voor de berekening van de bonus de dagomzet wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal, dus zowel naar boven als naar beneden. De werknemers hebben laten weten dat zij zich hierbij uit praktische overweging neerleggen.
Uitspraak Hof Den Haag, 10 juni 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:969

