In de rapportage Cao-afspraken 2026 is alleen gekeken naar expliciete afspraken over zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp’ers). Meer algemene afspraken over inhuur van externe krachten en over flexibele contractvormen zijn buiten beschouwing gebleven.
Van de 141 onderzoekcao’s zijn er 29 cao’s met een expliciete afspraak over zzp’ers. De meeste afspraken komen voor in de zorgsector, gevolgd door de bouw. Op de derde en vierde plaats staan de cultuursector en financiële instellingen. Meestal gaat het om een afspraak over inzetbaarheid van zzp’ers. Deze cijfers zijn gebaseerd op de grootste cao’s die op 1 januari 2026 waren aangemeld bij SZW.
Als gekeken wordt naar alle 661 aangemelde cao’s, zijn er 49 cao’s met een expliciete afspraak over zzp’ers. In totaal kennen elf cao’s een expliciete afspraak over tariefafspraken zzp’ers.
Naar aanleiding van de motie Gijs van Dijk en Van Weyenberg is afgesproken jaarlijks aan de Tweede Kamer te rapporteren over tariefafspraken voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in alle bij SZW aangemelde cao’s.
Ook wordt naast tariefafspraken voor zzp’ers naar drie andere onderwerpen gekeken met betrekking tot zzp’ers:
- Krijgen vaste medewerkers voorrang op zzp’ers bij de inroostering van diensten?
- De inzet van zzp’ers (verhouding vaste werknemers en zzp’ers).
- Opdracht- en modelovereenkomsten.
De meest voorkomende afspraak gaat over (inperking van) de inzetbaarheid van zzp’ers.

Tariefafspraken
Afspraken in cao’s over minimumtarieven voor zzp’ers kunnen zorgen voor een minimum inkomen voor en bescherming van zzp’ers. In vijf onderzoekcao’s staat een expliciete (onderzoeks)afspraak of richtlijn over tarieven voor zzp’ers. Ook protocolafspraken, intentieverklaringen, niet bindende rekenmodellen en aangekondigde onderzoeken zijn meegenomen onder de noemer van (tarief)afspraken over zzp-ers.
In elf van 661 onderzochte cao’s staan afspraken over tarieven voor zzp’ers. Met deze afspraken kan de zzp’er voor zichzelf voorzieningen als een pensioenen arbeidsongeschiktheidsverzekering regelen. Het gaat om twee ondernemingscao’s en negen bedrijfstakcao’s. De cao Kunsteducatie kent bijvoorbeeld een concrete rekentool.
In zes andere onderzochte cao’s, staat een (minimum) opslagpercentage. Dit percentage loopt uiteen van 40 tot 67% en bedraagt gemiddeld 52,5%.
Inroostering
Volgens cao-partijen kan het voorrang geven aan werknemers in vaste dienst bij inroostering van diensten bijdragen aan een verminderde werkdruk en meer werk-privébalans voor deze werknemers. Deze afspraak komt acht keer voor in de onderzochte cao’s, bijna alleen in de zorgsector.
Inzetbaarheid zzp’ers
De flexibele schil van personeel bestaat uit interne flexibiliteit, zoals tijdelijke, oproep- en nulurencontracten, en externe flexibiliteit, zoals uitzendkrachten, freelancers en zzp’ers.
Om de balans en continuïteit in de organisatie te bewaken worden in sommige cao’s afspraken gemaakt over de inzet van zzp’ers en andere flexkrachten. In 25 van de 661 onderzochte cao’s staan afspraken over de inzet van zzp’ers of de verhouding tussen vaste werknemers en flexibele werknemers, waaronder zzp’ers.
Opdrachtovereenkomsten
In negen van de 661 onderzochte cao’s staan afspraken over het gebruik van een model- of opdrachtovereenkomst. In vier van de negen cao’s met een opdrachtovereenkomst gaat het om een cao in de bouwsector.
Overige afspraken
In vijf van de 661 onderzochte cao’s staat een afspraak over zzp’ers die niet goed in de bovenstaande indeling past. Het gaat bijvoorbeeld om een klokkenluidersregeling, een arbocatalogus en vergroting van het pensioenbewustzijn.

