Minister Aartsen van Werk en Participatie stuurt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag in verband met de indexatie per 1 januari 2027 van de toetsingsinkomens en de maximumuurprijzen en een verhoging van de toeslagpercentages en het toevoegen van promovendi als doelgroep.
Het Besluit kinderopvangtoeslag 2027 bestaat uit vier onderdelen:
- jaarlijkse indexatie van de maximum uurprijzen;
- indexering toetsingsinkomen inkomensgroepen;
- verhogen van de toeslagpercentages richting een inkomensonafhankelijke vergoeding.
- regelen dat regels rond aantal uren kinderopvang ook geldt voor de nieuwe doelgroep (promovendi),
volgend uit het wetsvoorstel ‘verbetering kinderopvangtoeslag’.
De vergoedingspercentages in de kinderopvangtoeslag gaan omhoog voor huishoudens die geen recht hebben op een vergoedingspercentage van 96% voor het eerste kind. In 2027 ontvangen huishoudens met een toetsingsinkomen boven circa € 58.000 een hoger vergoedingspercentage. Alle werkende ouders met een inkomen tot en met € 71.903 krijgen recht op een vergoedingspercentage van 96% voor de opvangkosten van eerste kind.
Ook worden de maximum uurprijzen en de toetsingsinkomens van de kinderopvangtoeslag geïndexeerd.
Afschaffen kinderopvangtoeslag
Met dit ontwerpbesluit zet het kabinet een volgende stap richting het afschaffen van de kinderopvangtoeslag. De kinderopvangtoeslag is inherent onzeker en risicovol, onder meer omdat de hoogte van de toeslag afhangt van het inkomen van ouders. Dit kan tot (problematische) terugvorderingen bij ouders leiden. Om dit soort fundamentele problemen op te lossen is het kabinet van plan de kinderopvangtoeslag per 2029 af te schaffen. In plaats daarvan komt een nieuw financieringsstelsel met een hoge, inkomensonafhankelijke subsidie die wordt
uitgekeerd aan de aanbieders van kinderopvang.
Ingroeipad
Het kabinet maakt de overstap naar inkomensonafhankelijkheid geleidelijk. Hiervoor hanteert het kabinet sinds 2025 een ‘ingroeipad’. Elk jaar gaan de vergoedingspercentages iets omhoog, totdat in 2029 alle werkende ouders recht hebben op dezelfde hoge, inkomensafhankelijke overheidsbijdrage.
Met het ontwerpbesluit wordt per 2027 de derde stap gezet op dit ingroeipad. Hiervoor investeert het kabinet in 2027 € 322 miljoen extra in de kinderopvang.
Ook bevat het ontwerpbesluit een technische wijziging, waardoor promovendi als doelgroep worden toegevoegd aan het Besluit kinderopvangtoeslag, naar aanleiding van het eerder aangenomen wetsvoorstel ‘Verbetering kinderopvangtoeslag’. Hiermee krijgen promovendi in alle gevallen recht op kinderopvangtoeslag.
Inkomenseffecten
De verhoging van de vergoedingspercentages in dit besluit leidt ertoe dat kinderopvang naar verwachting goedkoper wordt voor alle ouders die nu nog geen recht hebben op een vergoedingspercentage van 96% voor het eerste kind. Het gaat naar schatting om 528.000 van de 621.000 huishoudens die kinderopvangtoeslag ontvangen.
Om een beeld te geven van de mogelijke financiële effecten voor verschillende huishoudens worden een anatal rekenvoorbeelden gegeven. Let op: deze rekenvoorbeelden kunnen niet worden gebruikt om af te leiden wat de werkelijke effecten van dit besluit zijn voor een individueel huishouden.

Indexatie
Naast de wijzigingen in dit ontwerpbesluit worden in 2027 de maximum uurprijzen en toetsingsinkomens voor de kinderopvangtoeslag geïndexeerd aan de hand van de gemiddelde loon- en prijsontwikkeling, zoals wettelijk voorgeschreven.
De indexatie van de maximum uurprijzen bedraagt daarmee 3,32% en van de toetsingsinkomens 3,47%. De maximum uurprijzen in 2027 komen daarmee uit op € 11,60 voor de dagopvang, € 10,31 voor de bso en € 8,77 voor de gastouderopvang.
Het kabinet regelt de indexatie van de kinderopvangtoeslag in een separaat wijzigingsbesluit.

