Een cao bevat afspraken over onder meer loon, pensioen, overwerk, toeslagen, pauzes en arbeidsomstandigheden. Als er voor jouw bedrijfstak een cao geldt, moet je deze altijd toepassen, maar welke cao dat is, blijkt in de praktijk niet altijd duidelijk.
Mr. Frank Troost, jurist en trainer arbeidsrecht en AVG.
“Het onderzoek naar de juiste cao begint altijd met de cruciale vraag: of de werkgever lid is van een werkgeversvereniging en contributie betaalt. Als dat zo is, is de betreffende cao in principe automatisch verplicht van toepassing. Toch wordt deze eerste controle in de praktijk regelmatig vergeten.”
Zorgvuldige analyse
Is de werkgever geen lid, dan volgt het echte inhoudelijke onderzoek en moet er onder andere gekeken worden welke activiteiten het bedrijf uitvoert en hoe de verdeling van omzet of arbeidsuren ligt. Zodra de bedrijfsactiviteiten duidelijk zijn, kan ook worden vastgesteld welke pensioenregeling gevolgd moet worden. Volgens Troost schuilt daar echter een valkuil.
“De regeling die in de cao wordt genoemd, is niet altijd automatisch verplicht. Soms blijkt bij nader onderzoek dat juist een andere en soms ook onverwachte pensioenregeling van toepassing is. Daarom is het essentieel om elke situatie afzonderlijk en zorgvuldig te beoordelen en niet te vertrouwen op algemene aannames of eigen ervaringen met vergelijkbare cliënten.”
Troost illustreert de complexiteit rond cao‑ en pensioenplicht met een praktijkvoorbeeld.
“Een bedrijf dat tegelijk een tankstation, frietmuur, rijschool en garage runde en ook verse broodjes verkocht, leek op basis van de activiteiten onder de cao tankstations te vallen. In die cao werd verwezen naar de pensioenregeling uit de kleinmetaal. Dat leek toch wat anders te liggen.
Uit een nadere analyse bleek namelijk dat de feitelijke werkzaamheden en urenverdeling veel beter aansloten bij de detailhandel. Dat betekende dat de pensioenregeling voor de detailhandel toegepast moest worden. Wat echter tegelijkertijd weer niet wil zeggen dat die pensioenregeling ook bij soortgelijke bedrijven van toepassing zou zijn. Dat hangt van factoren als omzetverdeling en de uitsplitsing van de arbeidsuren.”
HR-afdeling en salarisadministratie erbij betrekken
Het voorbeeld laat volgens Troost zien hoe snel cao‑teksten een verkeerde indruk kunnen wekken en hoe belangrijk het is om de werkelijke bedrijfsactiviteiten en de uren- en omzetverdeling zorgvuldig te onderzoeken. Het werkingssfeeronderzoek moet nauwkeurig plaatsvinden.
“Een kleine interpretatiefout kan ertoe leiden dat een werkgever het verkeerde pensioenfonds toepast en dat kan vroeg of laat, maar altijd ongewenst resulteren in claims van medewerkers of hun nabestaanden. Daarom betrek ik ook de werkgever nadrukkelijk bij het onderzoek en laat medewerkers van de HR-afdeling en de salarisadministratie meedenken met de analyse en conclusies. Ik heb namelijk gegevens nodig uit zowel de urenadministratie als de financiële administratie. Alleen met een volledig beeld van de feitelijke werkzaamheden en de manier waarop het bedrijf is ingericht, én de afstemming daarover met de werkgever, kan nauwkeurig worden bepaald welke pensioenregeling van toepassing is.”
“Bel nooit met cao‑partijen om uitleg. De tekst is leidend.”
– Frank Troost –
Deelnemers van de trainingen zijn volgens Troost vaak opgelucht dat ze de materie weer scherp op een rij hebben, of het voor het eerst echt begrijpen. Het is tenslotte complexe materie die betrokken goed moeten begrijpen.
“Neem bijvoorbeeld het verschil tussen de cao-gebondenheid via een lidmaatschap en via een algemeenverbindendverklaring (AVV). Een werkgever die lid is van een cao-partij moet de cao altijd toepassen, ook wanneer de cao is verlopen. Zodra er een nieuwe cao is afgesloten, geldt deze met terugwerkende kracht. Werkgevers die niet zijn aangesloten, maar via een AVV aan de cao gebonden zijn, hoeven wijzigingen in principe niet met terugwerkende kracht toe te passen”, benadrukt hij.

In de praktijk komt het erop neer dat een cao bijvoorbeeld op 1 januari kan aflopen en pas op 1 juli wordt vernieuwd. Werkgevers die lid zijn van een cao‑partij moeten dan de verhogingen of eenmalige uitkeringen over die eerste zes maanden nabetalen, terwijl AVV‑werkgevers dat niet hoeven te doen.
“Het is belangrijk dat de HR-afdeling en de salarisadministratie daarvan op de hoogte zijn. Dat besef ontbreekt nog weleens. Mensen schrikken dan en ik hoor ze achteraf mopperen dat ze hun klant daardoor eigenlijk niet goed hebben geadviseerd.”
Ruimte voor interpretatie
Een veelvoorkomend misverstand is dat het soms handig en veilig gevonden wordt om bij onduidelijkheden de cao-partij te bellen. Troost legt uit:
“Dan wordt bijvoorbeeld de Metaalunie gebeld om te vragen hoe een bepaling in de cao moet worden geïnterpreteerd. Maar een cao-partij geeft altijd slechts één invalshoek weer, namelijk het eigen belang. Bovendien is in de rechtspraak al jaren duidelijk dat de uitleg van een cao moet worden gebaseerd op de cao-tekst zelf, niet op wat partijen mogelijk bedoeld hebben. Ook rechters waren immers niet aanwezig bij de cao-onderhandelingen en kunnen dus alleen varen op wat er op papier staat. Wat in de cao is vastgelegd, geldt. Wat er niet in staat, laat ruimte voor interpretatie, en een toegeruste adviseur weet daar met comfort mee om te gaan en gebruik van te maken.”
Daarom geeft Troost HR-medewerkers en salarisadviseurs een helder advies:
“Bel nooit met cao-partijen om uitleg. De tekst is leidend. De ruimte die daarin zit, vormt juist het professionele speelveld van de HR- en salarisadviseur.”
Meer weten over verplichte cao- en pensioenregeling?
De voorbeelden uit de praktijk laten zien hoe snel misverstanden kunnen ontstaan rond de verplichte toepassing van cao’s en pensioenregelingen en hoe belangrijk het is om de regels en interpretaties goed te kennen.
Wil je als HR-professional, salarisadviseur of jurist zeker weten dat je de juiste stappen zet bij werkingssfeeronderzoek en cao-toepassing?
In de online cursus Verplichte toepassing cao en pensioen neemt Frank Troost je stap voor stap mee door de belangrijkste principes, valkuilen en best practices. Zo leer je waar je in de praktijk op moet letten en kun je werkgevers en organisaties met meer zekerheid adviseren. Meer informatie over de cursus en inschrijven vind je hier.

