TNO analyseert in de studie ‘Impact van hoge fossiele brandstofprijzen op de betaalbaarheid van autorijden’ wat hoge brandstofprijzen betekenen voor de betaalbaarheid van autorijden voor huishoudens met een eigen auto.
Bij een pompprijs van €2,50 per liter besteedt de meest kwetsbare groep – lage inkomens die aanzienlijk veel rijden – gemiddeld circa 17% van het besteedbaar inkomen aan brandstof. Een accijnsverlaging helpt, maar vooral hogere inkomens hebben hier profijt van. Maar 8% van de huishoudens met eigen auto heeft een laag inkomen, 62% heeft een bovenmodaal inkomen.
Drie prijsscenario’s
Geopolitieke spanningen verstoren internationale energiemarkten. Prijsschokken werken snel door aan de pomp. Voor huishoudens met een auto betekent dit direct hogere maandlasten.
In het TNO-onderzoek op basis van CBS-microdata van 5,6 miljoen huishoudens met in totaal 7,3 miljoen auto’s (2024) worden drie prijsscenario’s doorgerekend naar inkomen en woonlocatie, op basis van autotype en jaarkilometrage. Ook het effect van een accijnsverlaging is onderzocht.
Achter gemiddelde zitten grote verschillen
Over de lange termijn is het gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen sinds 2011 sneller gestegen dan de brandstofprijzen, waardoor brandstofkosten gemiddeld een kleiner deel van het budget beslaan dan vijftien jaar geleden.
Peter Mulder, hoofdauteur van de studie:
“Achter dat gemiddelde zijn echter grote verschillen te zien. Lage inkomens geven gemiddeld twee keer zoveel van hun inkomen uit aan brandstof, terwijl hogere inkomens gemiddeld ongeveer de helft meer kilometers per jaar rijden. Het overgrote deel van de huishoudens met een auto rijdt nog op fossiele brandstoffen, elektrisch en hybride rijden komt vooral voor bij hogere inkomens. Huishoudens met een eigen auto rijden gemiddeld 15,6 duizend kilometer per jaar en verbruiken circa 947 liter brandstof. Het autogebruik neemt duidelijk toe met het inkomen.”
Ca. 225.000 huishoudens kwetsbaar bij €2,50 per liter
Om de impact van de prijsverhogingen in beeld te krijgen, werkte TNO drie prijsscenario’s uit. Een basisscenario van €2,00 per liter (ongeveer het niveau van begin 2026), een hoog scenario van €2,50 per liter (grofweg het prijsniveau van maart 2026) en een heel hoge brandstofprijs van €3,00 per liter.
Volgens TNO is de groep kwetsbare huishoudens bij een prijsniveau rond €2,50 per liter ongeveer 225.000 huishoudens groot (2,7% van alle huishoudens).
Mulder:
“Zij hebben een laag inkomen en hoge brandstofkosten doordat ze veel kilometers rijden. Een deel van de mensen zal zijn of haar gedrag aanpassen maar als we uitgaan van ongewijzigd gedrag dan kan deze groep 17,6% van hun inkomen aan brandstof kwijt zijn.”
Daarnaast is er een groep van circa 785.000 huishoudens met een beneden modaal inkomen (9,3% van alle huishoudens) die bij dit prijsniveau en ongewijzigd gedrag gemiddeld 9,7% van hun inkomen besteden aan brandstof.
Hoge brandstofkosten bij hogere inkomens
De grootste groep huishoudens met hoge brandstofkosten zit bij hogere inkomens: bijna 2 miljoen huishoudens (ruim 23% van alle huishoudens). Dit komt vooral omdat zij vaker een auto hebben en meer kilometers rijden. Deze groep besteedt bij een prijs van €2,50 per liter 6,9% van het besteedbaar inkomen aan brandstof (bij ongewijzigd gedrag).
Brandstofquote per inkomensgroep voor verschillende groepen huishoudens per inkomensgroep, in verschillende prijsscenario’s (literprijzen voor benzine en diesel):

Kwetsbaar voor hoge brandstofkosten
De kwetsbaarheid voor hoge brandstofprijzen is regionaal het grootst in Noord-Nederland, Zeeland en delen van Limburg. Lagere inkomens en grotere afstanden tot banen en voorzieningen vallen hier vaak samen. In absolute aantallen wonen echter de meeste kwetsbare huishoudens in grotere steden.
Accijnsverlaging helpt vooral hogere inkomens
In het rapport rekent TNO een accijnsverlaging van €0,10 per liter door.
“Omwille van de eenvoud hebben we gerekend met een verlaging van 10 cent waarbij we geen rekening hebben gehouden met mogelijk gedragsreacties als gevolg van de accijnsverlaging. Dat levert huishoudens met een laag inkomen en een auto gemiddeld een voordeel van circa €80 per jaar op aan de pomp, tegenover ongeveer €120 voor hoge inkomens, doordat hogere inkomens meer kilometers rijden”, zegt Peter Mulder.
Van het totale bedrag dat dit kost, komt circa 70% terecht bij midden-hoge en hoge inkomens, circa 24% bij midden-lage inkomens en ruim 7% bij de laagste inkomensgroepen. Omdat zakelijke rijders niet zijn meegenomen komt een nog hoger deel bij de hogere inkomens terecht.

