Op dit moment wordt primair ingezet op het activeren van de (kleine) werkgevers. Het is van belang dat werkgevers en werknemers in de resterende tijd, voor eind 2027, met elkaar de arbeidsvoorwaardelijke afspraken maken over de omzetting van de pensioenregelingen. Er is nog tijd, maar nu starten is nodig en de beschikbare tijd moet goed worden benut.
Minister Vijlbrief (SZW) geeft antwoord op vragen over de vierde voortgangsrapportage monitoring Wtp.
Pensioenregelingen omzetten
Het wordt nog steeds als haalbaar beschouwd om de transitie naar het nieuwe pensioenstelstel uiterlijk op 1 januari 2028 te realiseren. Het ministerie van SZW zet hier actief op in, onder andere door samen met VNO-NCW, MKB-Nederland, FNV, het Verbond van Verzekeraars en Adfiz werkgevers te activeren zo snel mogelijk aan de slag te gaan met het omzetten van hun pensioenregelingen. Daarnaast wordt de voortgang frequenter gemonitord om beter zicht te krijgen op de stand van de omzettingen.
Oorzaken vertraging
Vertraging kan worden veroorzaakt doordat werkgevers zich nog onvoldoende bewust zijn van de stappen die nodig zijn voor de transitie. Werkgevers zien het omzettingsproces als een reguliere contractverlenging. Ook zijn werkgevers druk met de ontwikkelingen binnen hun eigen onderneming.
Daarnaast speelt de werkdruk bij adviseurs een rol en ook het feit dat niet elke werkgever nog over een pensioenadviseur beschikt. Verder hebben verzekerde regelingen ook een bepaalde contractduur (vaak 5 jaar), waardoor een natuurlijk moment voor wijziging vaak pas bij het eerstvolgende contractverlengingsmoment ligt. Dat kan voor sommige regelingen dus pas 1-1-2027 of 1-1-2028 zijn.
Wat gebeurt er precies?
De inzet van het ministerie van SZW is erop gericht om de einddatum van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel, te weten 1 januari 2028, te halen.
Werkgevers worden geactiveerd zo snel mogelijk aan de slag te gaan met het omzetten van hun pensioenregelingen.
Werkgevers zijn geïnformeerd over hoe zij kunnen beginnen, welke keuzes er zijn, wat de gevolgen zijn van het niet-tijdig handelen en welke stappen moeten worden gezet naar een nieuwe pensioenregeling.
Daarnaast is er een gerichte informatiecampagne voor sectoren met veel verzekerde regelingen van kleine werkgevers. Ook worden er gesprekken gevoerd met relevante beroepsgroepen, zoals accountants, boekhouders en (belasting)adviseurs, zodat zij ook kleine werkgevers in hun gesprekken kunnen wijzen op het belang van tijdige omzetting van de pensioenregeling. Ook worden voorlichtingsbijeenkomsten gegeven.
Urgentiebrief
Adfiz en VNO-NCW/MKB-Nederland onlangs een urgentiebrief uitgestuurd waarin werkgevers opgeroepen worden in actie te komen. Verder heeft toezichthouder AFM alle financieel adviseurs aangeschreven. Uit de gesprekken die worden gevoerd, blijkt dat deze brede aanpak veel aandacht voor het onderwerp heeft gegenereerd.
De minister verwacht dat met deze aanpak die volop inzet op het informeren en activeren van werkgevers en de bijbehorende monitoring de transitie tijdig kan worden afgerond.
Fiscale gevolgen
Het niet-tijdig aanpassen van de pensioenregeling fiscale gevolgen heeft voor de deelnemers. Een pensioenuitvoerder zal een fiscaal onzuivere regeling niet uitvoeren, waardoor de werknemer onder andere voor het arbeidsongeschiktheids- en nabestaandenpensioen aangewezen is op de werkgever, die hierdoor een financieel risico loopt.
In het memo van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst zijn de gevolgen voor werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders duidelijk uiteengezet.
Antwoorden op Kamervragen over vierde voortgangsrapportage monitoring Wtp

