De buitengerechtelijke vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens dwaling en het ontslag op staande voet zijn niet rechtsgeldig. Het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding en diverse andere verzoeken zijn toegewezen.
De arbeidsovereenkomst is in dit geval volgens het hof niet rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd, omdat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd (1) dat de werknemer tijdens het aangaan daarvan wist of kon weten dat hij wegens zijn slaapapneu de overeengekomen werkzaamheden niet zou kunnen verrichten en dat voor de werkgever heeft verzwegen, en (2) dat de werknemer hem een verkeerde voorstelling heeft gegeven van zijn eigenschappen, kennis en vaardigheden, gelet op het gemotiveerde verweer van de werknemer.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer heeft bij de werkgever gewerkt op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd wegens dwaling; de werknemer ontslagen op staande voet, als zou komen vast te staan dat de vernietiging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was, en hem aangezegd dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd, voor het geval ook het ontslag geen stand zou houden. Volgens de werknemer heeft de werkgever zijn arbeidsovereenkomst ten onrechte beëindigd.
Slaapapneu verslechterd tijdens dienstverband
De werknemer heeft gemotiveerd betwist dat hij tijdens het aangaan van de arbeidsovereenkomst wist of kon weten dat hij wegens zijn slaapapneu de overeengekomen werkzaamheden niet zou kunnen verrichten. De werknemer heeft onweersproken gesteld dat hij bij zijn vorige werkgever(s), waar hij fulltime heeft gewerkt, naar behoren heeft gefunctioneerd.
Volgens de werknemer is de diagnose slaapapneu weliswaar al in 2019 gesteld, maar had hij daar eerder geen ernstige hinder van in zijn dagelijkse functioneren. De slaapapneu is pas gedurende het dienstverband met de werkgever verslechterd, aldus de werknemer.
Voldaan aan mededelingsplicht?
De werkgever heeft zijn standpunt dat de werknemer niet heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht vervolgens niet nader onderbouwd. Daardoor is niet komen vast te staan dat de werknemer wist of kon weten tijdens het aangaan van de arbeidsovereenkomst dat zijn gezondheidstoestand zodanig was dat hij de overeengekomen werkzaamheden niet zou kunnen uitvoeren en dat hij de werkgever daarover had moeten inlichten.
Aangezien niet is komen vast te staan dat de werknemer niet heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht, is geen sprake van een onverwijld medegedeelde, dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Het ontslag op staande voet van de werknemer is daarom evenmin rechtsgeldig.
Nu het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is geoordeeld, wordt de verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging toegewezen.
Aanspraak op achterstallig salaris
De werknemer heeft aanspraak gemaakt op achterstallig salaris met emolumenten over de periode van 1 november 2024 tot 19 november 2024. Aan het verweer van de werkgever dat hij niet verplicht was om het salaris tijdens ziekte door te betalen, omdat zou zijn gebleken dat de werknemer (arbeids-)ongeschikt is voor de functie en dit heeft verzwegen tijdens zijn sollicitatie, gaat het hof voorbij gelet op wat daarover in het voorgaande is overwogen.
Nu uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de kant van de werknemer, zal het hof het verzoek van de werknemer tot toekenning van de transitievergoeding toewijzen.
Ernstig verwijt
Het hof stelt voorop dat de eerdere overwegingen die hebben geleid tot de conclusie dat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, meebrengen dat de werkgever in verband met het einde van de arbeidsovereenkomst een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Het hof neemt bij de hoogte van de vergoeding verder in aanmerking dat de werknemer arbeidsongeschikt was toen de werkgever hem ontsloeg. Dit betekent a) dat een opzegverbod gold en dat het de werkgever dus niet was toegestaan om de arbeidsovereenkomst op te zeggen zolang de werknemer door ziekte arbeidsongeschikt was en b) dat het voor de werknemer gelet op zijn ziekte niet eenvoudig was om ander werk te vinden.
De werknemer heeft echter tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep toegelicht dat hij eind april 2025 elders werk heeft gevonden.
Verder acht het hof van belang dat de arbeidsovereenkomst nog tot 21 juli 2025 zou hebben voortgeduurd als de werkgever de werknemer niet zou hebben ontslagen en dan in principe van rechtswege zou zijn geëindigd.
Aanzienlijk bedrag aan salaris misgelopen
De werknemer is dus door het ontslag op staande voet een aanzienlijk bedrag aan salaris misgelopen. Aan het verweer van de werkgever dat hij niet verplicht was om het salaris tijdens ziekte door te betalen omdat is gebleken dat de werknemer (arbeids)ongeschikt is voor zijn functie en dit heeft verzwegen tijdens zijn sollicitatie, gaat het hof voorbij.
Billijke vergoeding
Het hof acht daarom gronden aanwezig om, alle omstandigheden afwegend, een billijke vergoeding toe te wijzen van € 35.000 bruto. Dit bedrag bestaat uit het loon over de resterende duur van de arbeidsovereenkomst, dat is in totaal circa € 27.900 bruto, verhoogd met een bedrag van € 7.100 bruto wegens de ernstige mate van verwijtbaarheid aan de kant van de werkgever.
Het hof acht het niet juist de transitievergoeding te betrekken bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding. Ook bij een regelmatig einde van de arbeidsovereenkomst zou de werknemer immers aanspraak hebben gehad op de transitievergoeding.
Ook de toewijzing van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging leidt er niet toe dat een lager bedrag dan € 35.000 bruto wordt toegekend, omdat de werknemer in dat geval in onvoldoende mate zou worden gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Hiermee wordt daarnaast ook tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen, omdat dit voor hen voordeliger is dan het in stand houden daarvan.
Uitspraak Hof Den Haag, 3 februari 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:257

