Niet is komen vast te staan dat de grootaandeelhouder van deze afwijkende wijze van uitbetaling op de hoogte was. Daarmee is werknemer er niet in geslaagd de dringende reden voor zijn ontslag op staande voet te weerleggen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.
Waar gaat deze zaak over?
De werkgever maakt deel uit van de portefeuille van een investeringsmaatschappij. De aandelen in de werkgever worden gehouden door de investeringsmaatschappij waarvan de investeringsmaatschappij grootaandeelhouder is.
In januari 2022 is de investeringsmaatschappij op zoek gegaan naar een geschikte CEO voor de werkgever waarbij de werknemer in beeld kwam.
In februari 2022 onderhandelden de werknemer en de investeringsmaatschappij over de positie van de werknemer als CEO bij de werkgever en de daarbij geldende voorwaarden. Tijdens de onderhandeling met iemand van de investeringsmaatschappij, zijn zowel de optie van een arbeidsovereenkomst, als de optie van een managementovereenkomst besproken. Hij heeft toen aan de werknemer gemeld “laten we met een arbeidsovereenkomst beginnen”.
Finale arbeidsovereenkomst
Op 8 maart 2022 tekenden de werknemer en de werkgever de finale arbeidsovereenkomst. Daarin staat dat de werknemer een salaris ontvangt van € 19.290,12 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantiegeld en een mobiliteitsvergoeding van € 1.500. Na ondertekening van de arbeidsovereenkomst zouden nog nadere afspraken worden gemaakt over de hoogte en de voorwaarden van een investering van de werknemer in de werkgever, bedrijf 3.
Op 1 juni 2022 startte de werknemer als CEO bij de werkgever. Van 20 september 2022 tot en met 18 juni 2023 is de werknemer ook statutair bestuurder geweest van de werkgever.
Salarisadministratie
Op 14 juni 2022 berichtte de salarisadministratie onder meer het volgende:
“ter bevestiging (…) hierbij een email dat je met [de werknemer ] besproken hebt dat in deze maand (Juni 2022) geen salaris aan hem betaald zal worden. Wij wachten verdere instructies af rond de administratieve verwerking van afspraken die jullie maken ten aanzien van zijn werkzaamheden als CEO van de werkgever.”
Op 19 juli 2022 berichtte persoon 1 aan de salarisadministratie:
“Zoals zojuist telefonisch aangekondigd. We zijn nog bezig de juiste verloningsstructuur voor [de werknemer] te bepalen. In afwachting van de uitkomst wil ik je vragen [werknemer] een voorschot uit te keren. Het voorschot bedraagt €9500,- voor de maand Juni en eenzelfde bedrag voor de maand Juli. Gezien het feit dat het salaris betreft wil ik jou vragen om deze voorschotten in de bank klaar te zetten voor betaling, zodat dit op dezelfde dag betaald kan worden als het salaris van onze collega’s.”
Op 25 mei 2023 vroeg de investeringsmaatschappij bij de salarisadministratie van de werkgever naar de managementovereenkomst van de werknemer in verband met de controle van de door de werknemer aan de werkgever in rekening gebrachte facturen. De salarisadministratie stuurde dit bericht door naar de werknemer en vroeg hem de managementovereenkomst te delen.
Managementovereenkomst
Op 26 mei 2023 berichtte de werknemer de investeringsmaatschappij als volgt:
“Strikt genomen heb ik alleen een arbeidscontract met de werkgever. [persoon 1 ] heeft mijn netto maandbedrag bij de werkgever omgerekend naar een bruto management fee. En die uitbetaald naar mijn werk b.v. ( bedrijf 4 ).
De berekening zal ik je ook doen toekomen (is door mijn fiscalist gecontroleerd).
Mocht er after the fact nog een management ovk moeten worden opgesteld, dan kan dat.
Die zal gespiegeld zijn met het arbeidscontract.
(…) Ik stel het op prijs wanneer de uitbetaling over april en mei kan plaatsvinden en we de keuze over of en hoe een management contract daarbij wordt opgenomen parallel kunnen finaliseren.”
De investeringsmaatschappij berichtte de werknemer dezelfde dag dat rechten en verplichtingen in een werknemersverhouding anders zijn dan bij een leveranciersverhouding. Daarom moest volgens hem helder worden gemaakt hoe de relatie was.
Op 25 augustus 2023 berichtte de werknemer aan een advocaat:
“In overleg met de investeringsmaatschappij en een fiscalist, is al geruime tijd geleden besloten dat het voor mij verstandiger is om te werken vanuit een managementovereenkomst i.p.v. een arbeidsovereenkomst. Op advies van […] benader ik jou hierbij met het verzoek of jij mijn arbeidscontract (getekend bijgesloten) kunt omzetten naar een managementovereenkomst”.
Concept managementovereenkomst
Op 28 augustus 2023 stuurde een kantoorgenoot van deze advocaat een eerste concept van de managementovereenkomst aan de werknemer, met de persoon van de investeringsmaatschappij in cc. Daarbij wees deze tweede advocaat onder meer op de noodzaak de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever rechtsgeldig te beëindigen en de mogelijke verplichting van de werkgever om een deel van de premies te betalen.
Concept vaststellingsovereenkomst
Op 12 september 2024 stuurde de investeringsmaatschappij diverse documenten aan de werknemer, waaronder een concept vaststellingsovereenkomst voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een voorgestelde beëindigingsvergoeding.
De werknemer reageerde via zijn advocaat op 17 september 2024. Hij stemde niet in met het voorgenomen ontslag.
De werknemer vertrok vervolgens voor een al eerder geplande vakantie. Op 1 oktober 2024 sommeerde de investeringsmaatschappij de werknemer om vanaf zijn vakantieadres deel te nemen aan een Teams-meeting op 2 oktober 2024 omdat vragen waren gerezen over zijn arbeidsovereenkomst.
Management fee i.p.v. salaris
Op 2 oktober 2024 nam de werknemer vanaf zijn vakantieadres deel aan een Teams-meeting met de investeringsmaatschappij. Daarin legde de investeringsmaatschappij onder meer voor dat de werknemer in strijd met de arbeidsovereenkomst, de wet, het directiereglement en de statuten het ertoe had geleid dat door de werkgever aan zijn persoonlijke vennootschap een management fee was uitbetaald in plaats van salaris aan de werknemer zelf, en de werknemer voor herhaaldelijk onvolledig en in strijd met de waarheid had verklaard. De werknemer reageerde hierop.
Ontslag op staande voet
Aan het einde van de Teams-meeting, na een korte schorsing, heeft de investeringsmaatschappij de werknemer ontslag op staande voet aangezegd.
Op 5 oktober 2024 bevestigde de investeringsmaatschappij schriftelijk het ontslag op staande voet. De dringende reden is als volgt:
“U hebt in strijd met de afspraken en in strijd met de arbeidsovereenkomst het ertoe geleid dat aan u een management fee wordt betaald aan uw vennootschappen in plaats van het afgesproken salaris.
(…)
U hebt de verplichtingen die voortvloeien uit uw arbeidsovereenkomst op ernstige wijze veronachtzaamd. Door uw onrechtmatig handelen bent u het vertrouwen van de werkgever onwaardig met name in uw rol als CEO.”
De werknemer heeft verzocht om het ontslag op staande voet te vernietigen.
De kantonrechter heeft de verzoeken van de werknemer afgewezen.
In hoger beroep
In hoger beroep heeft de werknemer verzocht de bestreden beschikking te vernietigen.
De werknemer heeft in hoger beroep negen grieven aangevoerd, waartegen de werkgever verweer heeft gevoerd. De eerste vijf grieven richten zich tegen de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet. Volgens de werknemer is er geen sprake van een dringende reden, is de opzegging niet onverwijld gegeven en is er sprake van een opzegverbod tijdens ziekte. De grieven zes tot en met negen bouwen daarop voort.
Bewust gekozen voor arbeidsovereenkomst
Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de persoon namens de investeringsmaatschappij wel degelijk de keuze heeft gemaakt om op dat moment een arbeidsovereenkomst te sluiten, hetgeen vervolgens ook is gebeurd. Dat het sluiten van een managementovereenkomst (de wens van de werknemer ) op een later moment bespreekbaar was, zoals de werknemer stelt, doet er niet aan af dat de optie om op dat moment een managementovereenkomst te sluiten, was afgewezen en de investeringsmaatschappij bewust koos voor een arbeidsovereenkomst en daarmee niet tegemoet kwam aan de wens van de werknemer zolang niet anders was overeengekomen.
Voorschotten betaald
Vervolgens is geen loon betaald op basis van de gesloten arbeidsovereenkomst, maar zijn vanaf de start van zijn werkzaamheden in juni 2022 maandelijks voorschotten betaald aan de werknemer. De werknemer heeft die voorschotten op 10 maart 2023 teruggestort, waarna ze zijn omgerekend naar een management fee die is betaald aan de vennootschap van de werknemer. Daarna is maandelijks op basis van facturen van de vennootschap van de werknemer aan deze vennootschap een management fee betaald.
Maandelijkse management fee
Bedrijf wist dat aan de werknemer in eerste instantie maandelijks een voorschot en daarna maandelijks een management fee werd uitbetaald. Persoon 1 heeft verklaard dat hij niet wist dat er een arbeidsovereenkomst was gesloten met de werknemer. Vanuit de veronderstelling dat er geen grondslag was voor betaling van de werkzaamheden van de werknemer omdat de discussie over de contractvorm (arbeidsovereenkomst of managementovereenkomst) tussen de investeringsmaatschappij en de werknemer nog liep, heeft hij voorschotten geregeld en besproken met de werknemer.
Moeten informeren
Het hof oordeelt dat de werknemer op dat moment ófwel persoon 1 had moeten informeren over zijn arbeidsovereenkomst, ófwel de investeringsmaatschappij had moeten informeren over de daarvan afwijkende wijze van uitbetaling met voorschotten.
Nu de investeringsmaatschappij en de werknemer bewust hadden gekozen voor een arbeidsovereenkomst ‘om te beginnen’ en daarna geen andersluidende afspraak was gemaakt, had de werknemer niet mogen instemmen met het betalen van voorschotten in plaats van salaris, althans niet zonder dat eerst met de investeringsmaatschappij af te stemmen.
De werknemer heeft er niet op mogen vertrouwen dat persoon 1 dat met de investeringsmaatschappij had afgestemd. De onderhandelingen vonden plaats tussen de werknemer en de investeringsmaatschappij en de werknemer had in dat kader met de investeringsmaatschappij afgesproken een arbeidsovereenkomst te sluiten. Persoon 1 was daarbij niet aanwezig en had geen rol gehad in de onderhandelingen.
De werknemer heeft zijn wens om betaald te krijgen op basis van een managementovereenkomst uitgevoerd zonder de investeringsmaatschappij daarover te informeren, terwijl de investeringsmaatschappij deze wens bewust had afgewezen tijdens de onderhandelingen en met de werknemer een arbeidsovereenkomst was overeengekomen totdat iets anders zou worden afgesproken. Deze situatie heeft meer dan twee jaar geduurd van juni 2022 tot 24 september 2024.
De grieven falen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
Uitspraak Hof Amsterdam, 10 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:350

