Anne en Bas zijn gehuwd. Anne heeft tijdens het huwelijk pensioenrechten opgebouwd. De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is van toepassing. Bij echtscheiding ziet Bas af van zijn recht op verevening. Dit recht hield in dat Bas recht had op “uitbetaling van een deel van elk van de uit te betalen termijnen van het pensioen”. Dit betreft de helft van de tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen. Bas wordt hiervoor niet financieel gecompenseerd.
Vraag en antwoord
Is sprake van een schenking als een echtgenoot bij echtscheiding uit vrijgevigheid (gedeeltelijk) afziet van zijn recht op pensioenverevening?
Ja, er is sprake van een schenking als die echtgenoot voor het afzien niet wordt gecompenseerd.
Verevening pensioenrechten
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) regelt de verevening bij alle gehuwden, ongeacht het tussen de echtgenoten geldende huwelijksgoederenregime.
De gedachte achter de Wvps is dat het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen beide echtgenoten gelijkelijk aangaat. Daarom wordt dit gedeelte van het ouderdomspensioen na echtscheiding uiteindelijk gelijkelijk aan de echtgenoten uitgekeerd.
Bestaat tussen de echtgenoten een wettelijke gemeenschap van goederen, dan behoren daartoe niet de pensioenaanspraken, waarop de Wvps van toepassing is.
De echtgenoten kunnen de toepassing van de Wvps bij huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant uitsluiten.
Verrijking of verarming
Op grond van de Wvps hebben beide echtgenoten recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Als de echtgenoot die dat pensioen niet heeft opgebouwd afziet van zijn recht op pensioenverevening, verrijkt de echtgenoot die het pensioen heeft opgebouwd. Die echtgenoot wordt hierdoor namelijk als enige gerechtigd tot dat gedeelte van het ouderdomspensioen.
De andere echtgenoot verarmt, omdat zijn recht op pensioenuitkeringen vervalt. Van verrijking en verarming is ook sprake als de echtgenoten in een echtscheidingsconvenant de Wvps niet van toepassing verklaren. Dit is anders als de echtgenoot die afziet van pensioenverevening hiervoor gecompenseerd wordt, bijvoorbeeld bij het verdelen van de gemeenschap van goederen.
Vrijgevigheid
Omdat het bewust afzien door de ene echtgenoot per definitie leidt tot de verrijking van de andere echtgenoot, is de bevoordelingsbedoeling (bewustheid van en wil tot bevoordeling) aanwezig.
In de woorden van de Hoge Raad, 15 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5687:
“Voor het aannemen van vrijgevigheid is voldoende dat, gelijk naar het oordeel van het Hof in de verhouding van X-Y ten opzichte van haar gewezen echtgenoot het geval is geweest, degene die verarmd is de verrijking van de andere partij heeft gewild.”.
Bas ziet af van zijn recht op pensioenverevening. Omdat Bas niet wordt gecompenseerd, verarmt Bas en verrijkt Anne. Bas schenkt aan Anne. Ze hebben deze bevoordeling gewild en zijn zich er bewust van, aangezien dit expliciet is overeengekomen.
KG:063:2026:1 Schenking, bij echtscheiding afzien van verevening pensioenrechten

