De Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst heeft een standpunt ingenomen over de voorwaarden waaronder de doorbetaaldloonregeling in aanmerkelijk belang-verhoudingen mag worden toegepast. Het standpunt KG:204:2022:6 wordt ingetrokken.
Wat is de situatie?
X (natuurlijk persoon) houdt een 100%-belang in een bv. De bv heeft een 100%-belang in vier dochtervennootschappen. X heeft een aanmerkelijk belang (AB) in bv en genoemde vennootschappen. X verricht voor al deze vennootschappen werkzaamheden.
X heeft voor deze werkzaamheden geen overeenkomsten afgesloten (niet op persoonlijke titel en ook niet namens de bv). X heeft ook geen beloningen bedongen dan wel ontvangen voor de betreffende werkzaamheden.
Na afloop van het desbetreffende jaar constateert de inspecteur dat de gebruikelijkloonregeling van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) ten onrechte niet is toegepast.
Vraag en antwoord
Kan de doorbetaaldloonregeling nog worden toegepast als geen sprake is geweest van genoten loon in de zin van artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964)?
Ja, met als gevolg dat op grond van artikel 12a, derde lid, Wet LB 1964 de gebruikelijkloonregeling op holdingniveau kan worden toegepast.
Aanmerkelijk belang
Artikel 12a, eerste lid, Wet LB 1964 schrijft voor dat de werknemer die arbeid verricht voor een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang (AB) heeft, het in het kalenderjaar van dat lichaam genoten loon ten minste wordt gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:
- het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
- het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam, bedoeld in de aanhef, of met het lichaam verbonden lichamen;
- € 58.000 (2026).
Voorwaarden doorbetaaldloonregeling
Voor toepassing van de doorbetaaldloonregeling gelden de volgende voorwaarden artikel 32d Wet LB 1964:
- De werknemer moet uit hoofde van zijn dienstbetrekking (de hoofdwerkgever) ook werken als werknemer van een andere inhoudingsplichtige (de nevenwerkgever).
- De werknemer staat het hem toekomende loon af aan de hoofdwerkgever. De nevenwerkgever moet dit loon rechtstreeks afdragen aan de hoofdwerkgever (afdrachtverplichting).
- De nevenwerkgever verstrekt aan de werknemer geen verstrekkingen, die niet vooraf aan de hoofdwerkgever zijn medegedeeld.
- De hoofdwerkgever en werknemer zijn gevestigd dan wel wonen in Nederland (tenzij artikel 32d, tweede lid, Wet LB 1964 van toepassing is).
Fictief loon
Bij de toepassing van de doorbetaaldloonregeling onder loon (en het afdragen daarvan) mede begrepen fictief loon (in de zin van artikel 12a Wet LB 1964). Dit betekent dat als de gebruikelijkloonregeling geldt bij de nevenwerkgever de doorbetaaldloonregeling van toepassing kan zijn, als sprake is van fictief loon op grond van artikel 12a van de Wet LB 1964. Dit heeft tot gevolg dat de gebruikelijkloonregeling op concernniveau in casu alsnog kan worden toegepast (artikel 12a, derde lid, Wet LB 1964).
KG:204:2026:2 Voorwaarden doorbetaaldloonregeling in AB-verhoudingen

