De werknemer vordert 100% doorbetaling van het loon wegens situatieve arbeidsongeschiktheid. De vordering wordt afgewezen, omdat uit de verslagen van de bedrijfsarts volgt dat werknemer op dat moment nog arbeidsongeschikt wegens ziekte was. De werkgever heeft terecht 70% uitbetaald na één jaar ziekte.
Situatieve arbeidsongeschiktheid
Situatieve arbeidsongeschiktheid wil zeggen dat een werknemer door psychische en/of lichamelijke klachten niet kan werken, maar dat deze persoon volgens strikt medische maatstaven geen fysieke of psychische beperkingen heeft. Het zijn de werkomstandigheden waardoor de werknemer fysiek of mentaal niet kan werken. Het gaat bij situatieve arbeidsongeschiktheid vrijwel altijd om een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer kan een conflict hebben met een collega, werknemer of de werkgever.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is sinds 14 januari 2019 in dienst bij de Gemeente Amsterdam binnen het team Fiscaal Advies en Control (FAC).
In maart 2023 heeft de nieuwe teamleider geconstateerd dat de verhoudingen in het team verstoord waren. Eind 2023 is een nieuw teamtraject ingezet gericht op verbetering van de onderlinge verhoudingen en samenwerking.
De werknemer heeft zich op 20 februari 2024 ziekgemeld.
Op 5 september 2024 zijn partijen een mediationtraject gestart. Dit traject is geëindigd op 25 maart 2025.
In de periode van 18 februari 2025 tot 7 april 2025 heeft de Gemeente Amsterdam 70% van het loon van uitbetaald aan de werknemer. Na 7 april 2025 heeft de Gemeente Amsterdam weer 100% van het loon aan de werknemer uitbetaald.
De werknemer heeft tot nu toe zijn werkzaamheden bij de Gemeente Amsterdam niet hervat.
Wat zegt de werknemer?
De werknemer stelt dat de Gemeente Amsterdam ten onrechte over voornoemde periode slechts 70% van het loon heeft uitbetaald. Omdat sprake is van situatieve arbeidsongeschiktheid, heeft de werknemer op grond van artikel 7:628 lid 1 BW recht op volledige loondoorbetaling.
Als gevolg van de situatieve arbeidsongeschiktheid heeft de werknemer niet gewerkt in voornoemde periode. De gemeente Amsterdam stelt onredelijke voorwaarden aan de re-integratie en heeft het advies van de bedrijfsarts naast zich neergelegd. Deze oorzaken moeten voor rekening van de Gemeente Amsterdam komen.
Wat zegt de werkgever?
Gemeente Amsterdam voert het volgende aan. Omdat de werknemer op 18 februari 2025 langer dan 52 weken arbeidsongeschikt was door ziekte, heeft hij op grond van artikel 7.1 Personeelsregelingen Gemeente Amsterdam (PGA) recht op doorbetaling van 70% van het loon.
Op 18 februari 2025 was de werknemer arbeidsongeschikt wegens een medische aandoening, wat betekent dat hij ziek was in de zin van artikel 7:629 BW en dat de situatie als bedoeld in artikel 7:628 lid 1 BW niet van toepassing is.
Vanaf de datum (7 april 2025) dat de bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat er geen sprake meer is van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, maar alleen van situatieve arbeidsongeschiktheid, heeft de Gemeente Amsterdam weer 100% van het loon uitbetaald.
70% of 100% loon?
Partijen zijn het eens dat de werknemer in de periode van 18 februari 2025 tot 7 april 2025 recht heeft op doorbetaling van zijn loon wegens arbeidsongeschiktheid, maar verschillen van mening over de vraag of dit 70% dan wel 100% van het overeengekomen loon moet zijn. Kern van dit geschil betreft de vraag op grond van welk artikel de werknemer zijn loonaanspraak kan doen gelden.
De kantonrechter oordeelt dat er bij de werknemer in voornoemde periode sprake was van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek en daarom artikel 7:629 BW van toepassing is op zijn situatie.
70% loon doorbetalen
Tussen partijen is niet in geschil dat de werknemer op 18 februari 2025 langer dan 52 weken was ziekgemeld. Dat brengt met zich mee dat de Gemeente Amsterdam slechts 70% van het overeengekomen loon moet uitbetalen.
Arbeidsongeschikt wegens ziekte
Voor de vraag of de werknemer op 18 februari 2025 arbeidsongeschikt was wegens ziekte dan wel dat er sprake was van situatieve arbeidsongeschiktheid, zijn de evaluaties van de bedrijfsarts van belang. In het eerste verslag van de bedrijfsarts op 29 april 2024 is het volgende gesteld: “Het verzuim is op basis van een medische aandoening, werkgerelateerde factoren hebben bijgedragen aan het verzuim.” Er was dus sprake van ziekte.
Nog steeds sprake van medische beperkingen
In de evaluatie van 18 juni 2024 wordt voor de beperkingen verwezen naar dit eerdere verslag. Op 18 februari 2025, het moment dat de werknemer langer dan 52 weken was ziekgemeld, waren het inzetbaarheidsprofiel en de evaluatie de bedrijfsarts van beiden 7 januari 2025 het meest recent. Op dat moment was de werknemer nog beperkt in zijn energie en kon er een start worden gemaakt met de re-integratie. Hieruit volgt niet dat er geen sprake meer was van medische beperkingen. Er moet dan ook van uitgegaan worden dat nog steeds sprake is van medische beperkingen.
Geen medische beperkingen bij werknemer
Pas uit de evaluatie van 7 april 2025 volgt, in ondubbelzinnige bewoordingen, dat er géén medische beperkingen meer zijn bij de werknemer. Zo schrijft de bedrijfsarts: “ten tijde van dit consult acht ik hem [lees: de werknemer ] volledig inzetbaar voor zijn eigen werk (…), medisch gezien kan de ziekmelding daarom worden afgesloten, (…) er lijkt sprake te zijn van situatieve arbeidsongeschiktheid. (…), Er zijn geen functionele beperkingen meer te duiden ten aanzien van de in Nederland gangbare arbeid, er is geen arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek. (…) Medisch gezien is uw werknemer hersteld en is er geen verdere verzuimbegeleiding vanuit Zorg van de Zaak noodzakelijk. (…)”.
Geen situatieve arbeidsongeschiktheid
Het had in het licht voor voornoemde adviezen van de bedrijfsarts op de weg van de werknemer gelegen om aannemelijk te maken dat hij op 18 februari 2025 niet meer door ziekte arbeidsongeschikt was. Dit heeft hij onvoldoende gedaan. Dat maakt dat het voorlopig oordeel is dat de werknemer op 18 februari 2025 nog ziek was in de zin van artikel 7:629 BW en dat er geen sprake was van situatieve arbeidsongeschiktheid. Artikel 7:628 lid 1 BW is dan niet van toepassing. Dat, zoals de bedrijfsarts heeft gerapporteerd, “werkgerelateerde factoren hebben bijgedragen aan het verzuim” maakt nog niet dat sprake is van situatieve arbeidsongeschiktheid. De Gemeente Amsterdam heeft terecht over voornoemde periode 70% van het overeengekomen loon uitbetaald. De vorderingen van de werknemer worden afgewezen.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 24 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5553

