Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft met de SLIM-regeling vanaf 2020 jaarlijks 48,2 miljoen euro beschikbaar gesteld voor initiatieven gericht op het stimuleren van leren en ontwikkelen in het mkb. Daarnaast is 1,2 miljoen euro beschikbaar gesteld voor grootbedrijven uit de landbouw-, horeca- en recreatiesector.
Doel van deze regeling is dat bedrijven meer investeren in een cultuur waarin het ‘up-to-date’ houden van vakkennis en vaardigheden vanzelfsprekend is.
Individuele mkb-ondernemingen, samenwerkingsverbanden in het mkb en grootbedrijven uit de eerdergenoemde sectoren kunnen subsidie aanvragen voor (A) het doorlichten van de onderneming, (B) loopbaanadviezen, (C) het ontwikkelen/invoeren van een methode die werknemers in de onderneming stimuleert kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen en (D) het bieden van praktijkleerplaatsen.
Evaluatie
De evaluatie van de SLIM-regeling biedt inzicht het proces van de uitvoering, het bereik en de doeltreffendheid en doelmatigheid over de periode 2020-2024.
Positieve resultaten
De evaluatie laat positieve resultaten zien. Het bereik is goed. Er zijn meer aanvragen geweest dan beschikbaar budget. Zo zijn in de periode van 2020 tot 2023 in totaal meer dan 17.000 aanvragen ingediend waarvan ongeveer 5.500 aanvragen toegekend konden worden met het beschikbare budget. Dit betreft een potentieel bereik van tienduizenden werknemers. En bedrijven maken aanvullend op de subsidie meer tijd en geld vrij voor leren en ontwikkelen en maken de resultaten van het SLIM-project na de subsidie onderdeel van hun reguliere beleid.
Conclusies uit de evaluatie:
- De SLIM-regeling is doeltreffend; bereik is groot en beoogde effecten worden grotendeels behaald.
- Aantal positieve signalen ten aanzien van doelmatigheid.
- Gesignaleerde knelpunten rondom de uitvoering van de regeling zijn voor een groot deel opgepakt, en tevredenheid over uitvoering stijgt.
Wijziging regeling per 2025
De SLIM-regeling is, mede op basis van de tussenevaluatie, verlengd per 1 januari 2025. Daarbij zijn een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Zo zijn de grootbedrijven geen onderdeel meer van de regeling, en is ook activiteit D, die zeer weinig werd aangevraagd, uit de regeling geschrapt.
Naast het beperkte gebruik van deze activiteit is een andere reden om dit af te schaffen dat de ‘Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg’ min of meer hetzelfde doel dient.
Een andere belangrijke wijziging voor het terugdringen van de administratieve lasten is dat de subsidies voortaan ‘ambtshalve’ worden vastgesteld. Dat wil zeggen dat er geen verzoek tot vaststelling meer hoeft worden ingediend, en bedrijven niet verplicht zijn een financiële administratie bij te houden. Wel kan UVB per steekproef controles uitvoeren om te onderzoeken of de subsidie is ingezet voor het juiste doel.
Ook wordt nu gewerkt met een voorschot van 50% voor aanvragen van individuele mkb-bedrijven. Voor samenwerkingsverbanden geldt dat het nu verplicht is om een activiteit in combinatie met activiteit C aan te vragen, om te borgen dat de subsidie breed wordt ingezet.
Voornoemde aanpassingen aan de regeling zorgen in ieder geval administratief voor een verlichting. Ook inhoudelijk kunnen ze een positieve uitwerking hebben op een deel van de in deze reflectie genoemde aandachtspunten. Zo kan de verlichting van de einddeclaratie ervoor zorgen dat bedrijven zich wat vrijer voelen bij de inzet van de middelen, en zich dus wat meer op zachtere factoren kunnen richten.
Toch zorgt de controlemogelijkheid er voor dat bedrijven nog steeds een goede administratie van de inzet van de middelen moeten bijhouden. Verder blijft de rol van de subsidieadviseur belangrijk, en het risico op harmonisatie en gebrek aan maatwerk blijft dus ook in de regeling zoals die vanaf 2025 geldt bestaan.

