Aangezien de Belastingdienst maar weinig controleert, voelen ondernemers en hun fiscaal adviseurs de ruimte om een niet zo nauwe inschatting van het salaris door te geven. Dat concludeert SEO Economisch Onderzoek, aldus NOS.nl.
De Belastingdienst loopt naar schatting bijna 5 miljard euro aan belastinginkomsten mis. SEO Economisch Onderzoek keek in opdracht van het ministerie van Financiën naar de gebruikelijkloonregeling.
De gebruikelijkloonregeling heeft als doel te voorkomen dat directeur-grootaandeelhouders (dga’s) geheel of gedeeltelijk afzien van het uitkeren van loon. De regeling verplicht hen zichzelf een loon toe te kennen dat een nauwkeurige afspiegeling vormt van het loon dat passend is bij hun werkzaamheden.
Dga’s zijn verplicht om zichzelf maandelijks een bepaald minimum aan salaris uit te keren. Daardoor betalen zij maandelijks ook inkomstenbelasting. Maar nu blijkt uit het onderzoek van SEO dat hier niet goed op wordt gecontroleerd. SEO ziet dat er veel ondernemers een lager salaris doorgeven dan wettelijk verplicht is.
Onder wettelijk minimum
Van de 330.000 dga’s zou 40 procent een lager inkomen hebben doorgegeven dan het wettelijk minimum. De meeste ondernemers die een inkomen onder het wettelijk minimum hebben aangegeven, zeggen dat dit komt doordat zij deeltijd werken. Ook kiezen bedrijfseigenaren er ook wel eens voor geld te steken in hun bedrijf en zichzelf geen salaris uit te betalen.
Te weinig controles
SEO concludeert dat het veel te onduidelijk is maar ook dat de Belastingdienst te weinig controleert:
“Geïnterviewde dga’s en adviseurs ervaren niet dat de Belastingdienst achteraf het gebruikelijk loon vaak corrigeert. Het gevolg van deze perceptie is dat dga’s en hun adviseurs weinig moeite steken in het vinden van een passend gebruikelijk loon en het gebruikelijk loon lager vaststellen. Een grove benadering van het gebruikelijk loon lijkt voldoende om eventuele correcties te voorkomen.”
40 procent onder ondergrens
In het onderzoek staat het volgende:
“Ongeveer veertig procent van de gebruikelijk lonen zit onder de ondergrens
Een opvallend hoog aandeel van de dga’s heeft een loon in aanmerking genomen dat ligt onder de gestelde norm van 51.000 euro (voor 2023). De figuur laat zien dat ongeveer veertig procent van de dga’s een loon in aanmerking heeft genomen dat onder de ondergrens zit. Dga’s kunnen via vooroverleg met de Belastingdienst een aanvraag doen om het gebruikelijk loon lager vast te stellen dan wettelijk is vereist. Dit kan onder andere in het geval dat een vergelijkbare dienstbetrekking lager ligt dan de gestelde ondergrens, er sprake is van een start-up, structureel verlies wordt geleden of sprake is van deeltijdwerk. In het geval dat een dga het loon lager wil laten vaststellen, ligt de bewijslast hiervoor bij de dga. Dga’s zijn echter niet verplicht actief de Belastingdienst te informeren over het lager vaststellen van het gebruikelijk loon. De dga moet het bewijs voor lagere vaststelling kunnen leveren wanneer de Belastingdienst hierom vraagt.
Van de dga’s die onder de ondergrens zitten, is bijna negentig procent een startend bedrijf (in de afgelopen drie jaar begonnen) of is er sprake van een deeltijd dienstverband (<36 uur).”
Slechts grove inschatting
Ook staat in het onderzoek het volgende:
“Zo blijkt dat het voor dga’s, belastingadviseurs en de Belastingdienst uitdagend is om het gebruikelijk loon nauwkeurig vast te stellen doordat de benodigde informatie ontbreekt. Daarnaast wordt de handhaving door de Belastingdienst door dga’s en hun adviseurs niet als strikt ervaren. Hierdoor ontstaat ruimte voor strategisch gedrag en maken dga’s vaak slechts een grove inschatting van het gebruikelijk loon.”

