De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft hierover op 5 september 2024 geoordeeld. De zaak speelt ná de aanpassing van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) op 1 januari 2022. Deze uitspraak is dus van belang in de zaken die spelen ná de wetsaanpassing.
Eigenrisicodrager voor WIA
De thuiszorgorganisatie is een eigenrisicodrager voor de WIA. Dit betekent dat het bedrijf zelf na twee jaar ziekte van de werknemer het risico draagt voor de WIA-uitkering, als daar recht op is.
Als een werknemer recht heeft op een WIA-uitkering, stelt UWV de eigenrisicodrager van die toekenning op de hoogte. Met de mededeling dat de uitkering voor rekening van de eigenrisicodrager komt (toerekening). UWV betaalt vervolgens de WIA-uitkering aan de werknemer en factureert die kosten maandelijks aan de eigenrisicodrager (verhaal).
WIA-aanvraag
Nadat de werknemer twee jaar arbeidsongeschikt was geweest, vroeg zij een WIA-uitkering aan bij UWV . Door achterstanden kon UWV niet op tijd vaststellen of de werknemer recht had op een WIA-uitkering.
Voorschotten
In afwachting van de WIA-keuring, keerde UWV daarom voorschotten uit aan de werknemer van de thuiszorgorganisatie. Deze voorschotten werden door UWV aan de thuiszorgorganisatie toegerekend. Tegen dit besluit ging de thuiszorgorganisatie in beroep. Van de rechtbank kreeg de thuiszorgorganisatie gelijk. UWV was het hiermee niet eens en stelde hoger beroep in.
Oordeel CRvB
De WIA is op 1 januari 2022 gewijzigd en een bepaling is opgenomen dat UWV WIA-voorschotten mag verhalen op eigenrisicodragers. In de gewijzigde wet staat niet expliciet dat UWV de voorschotten ook mag toerekenen aan de eigenrisicodrager. Maar de gewijzigde bepaling over het verhalen van voorschotten zou zinloos zijn, als UWV de voorschotten niet zou mogen toerekenen. Het toerekenen van de voorschotten is namelijk een noodzakelijke stap om de voorschotten te kunnen verhalen op de eigenrisicodragers.
De CRvB geeft UWV dus gelijk. UWV mocht de betaalde voorschotten in rekening brengen bij de thuiszorgorganisatie. Eerder oordeelde de CRvB dat UWV dit niet mocht. Maar die zaak speelde vóór de wetswijziging van 1 januari 2022.
Uitspraak Centrale Raad van Beroep, 5 september 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1717

