Het kabinet wil meer rust en duidelijkheid voor zelfstandigen en opdrachtgevers, met duidelijke regels en ‘een veilige haven voor wie daaraan voldoet’.
Het kabinet werkt met de Zelfstandigenwet aan een toekomstbestendig antwoord op de fundamentele vraag: wanneer kan ik in ieder geval met en als zelfstandige(n) werken, en is er dus geen sprake van een arbeidsovereenkomst?
Wie conform die spelregels werkt, weet zeker dat er als zelfstandige kan worden gewerkt.
Doel wetsvoorstel
Het doel van het wetsvoorstel is om meer duidelijkheid te creëren voor zelfstandigen en opdrachtgevers, schijnzelfstandigheid tegen te gaan en zelfstandigen de erkenning te geven die zij verdienen. Uitgangspunten daarbij zijn dat je als zelfstandige onafhankelijk bent van anderen, ondernemersrisico’s draagt waar je ook van kunt profiteren en de vrijheid geniet om je werk zelf te organiseren.
Twee toetsen
Het wetsvoorstel werkt met twee toetsen met een beperkt aantal concrete criteria:
- de zelfstandigentoets (ziet op de persoon van de zelfstandige); en
- de werkrelatietoets (ziet op vrijheid van een zelfstandige, diens onafhankelijkheid en dus ontbreken van ‘gezag’, binnen een opdracht).
De inhoud hiervan wordt op korte termijn gepubliceerd in de (tweede) internetconsultatie.
De toetsingscommissie en sectorale rechtsvermoedens maken geen onderdeel uit van de Zelfstandigenwet, omdat het kabinet van mening is dat de markt allereerst gebaat is bij duidelijke spelregels.
Wanneer kun je als zelfstandige werken?
Er wordt een nieuwe bepaling in de wet toegevoegd die regelt wanneer geen sprake is van gezag. Oftewel: wanneer je in ieder geval als zelfstandige kunt werken. Het kabinet wil niets wijzigen aan de huidige kwalificatie van het zijn van werknemer en bijbehorende bescherming.
Hoe nu verder?
Eind september biedt het kabinet het wetsvoorstel aan voor uitvoeringstoetsen. Gelijktijdig start een (tweede) internetconsultatie, evenals een (tweede) toets door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel zo snel mogelijk daarna bij de Raad van State in te dienen.
De behandeling in Tweede en Eerste Kamer is voorzien in 2027, zodat het wetsvoorstel op 1 januari 2028 in werking kan treden.
Kamerbrief over vervolgstappen uitwerking Zelfstandigenwet

