Het Belastingplan 2026 introduceert een pseudo-eindheffing van 12% voor werkgevers die na 31 december 2026 een personenauto op fossiele brandstof (fossiele auto) ter beschikking stellen aan werknemers voor privédoeleinden waarbij woon-werkverkeer als privégebruik wordt aangemerkt.
Ongewenste gevolgen
Een motie van de Kamerleden Inge van Dijk en Eijk is op 31 maart 2026 aangenomen over oplossingsrichtingen voor de onwenselijke effecten van pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s van de zaak.
In de motie staat het volgende:
- constaterende dat de pseudo-eindheffing in de uitvoering enkele onwenselijke effecten heeft voor werkgevers in het algemeen en autoverhuurbedrijven, schadeherstelbedrijven en rijscholen in het bijzonder;
- overwegende dat de voorgenomen pseudo-eindheffing leidt tot hoge naheffingen voor werkgevers bij incidenteel gebruik van een vervangend fossiel voertuig, feitelijk onhaalbare versnelde elektrificatie afdwingt bij schadeherstel- en verhuurbedrijven en extra administratieve lasten inhoudt voor onder andere rijscholen;
- verzoekt de regering in gesprek te treden met de sector om te werken aan oplossingsrichtingen voor de onwenselijke effecten van de pseudo-eindheffing, en hierover aan de Kamer uiterlijk 1 juni nader te rapporteren.
Reactie staatssecretaris
Eerder heeft staatssecretaris Eerenberg van Financiën al aangegeven dat hij vóór de zomer de Tweede Kamer informeert of en hoe de ongewenste neveneffecten van de pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s weg te nemen zijn. De staatssecretaris gaf in een commissiedebat in maart antwoord op vragen hierover, mede naar aanleiding van de brandbrief op initiatief van BOVAG recent naar de Tweede Kamer stuurden.
Staatssecretaris Eerenberg liet toen het volgende weten:
“We hebben per 2027 de pseudo-eindheffing. Die gaat wel degelijk in. Dat is feitelijk een prikkel om geen gebruik te maken van fossiele auto’s.
Ik heb ook de brandbrief van de BOVAG in de media gezien. Die heb ik gelezen. We gaan kijken welke ongewenste neveneffecten van de pseudo-eindheffing we kunnen wegnemen, binnen het kader van een uitvoerbaar stelsel. Als we uitzondering op uitzondering gaan stapelen, gaat het namelijk niet werken. We willen de prikkel voor het voorkomen van fossiel gebruik ook in stand houden.”
De staatssecretaris heeft hierover een Kamerbrief toegezegd die vóór de zomer komt. Dit betekent volgens hem dan eerder in juni dan in april.

