Autoleaseregeling in de arbeidsovereenkomst. De werknemer moet in principe de afkoopsom en schade als gevolg van het vroegtijdig beëindigen van de leaseovereenkomst betalen, maar omdat de schade nu nog niet bekend is, wijst de kantonrechte de vordering af.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is op 1 juli 2023 bij de werkgever in dienst getreden als bedrijfsarts op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Per e-mail van 30 juni 2023 wordt aan de werknemer de leaseautoregeling toegestuurd. Daarbij was als bijlage de gebruikersovereenkomst inzake de leaseauto gevoegd. De werknemer heeft de overeenkomst niet ondertekend.
De werknemer laat op 3 juli 2023 weten welke leaseauto hij graag wil rijden en deze auto wordt in oktober 2023 geleverd.
De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 juli 2025. De werkgever bevestigt de opzegging bij brief van 2 juni 2025. In deze brief laat de werkgever ook weten dat hij een overzicht zal sturen van de kosten van de beëindiging van het leasecontract.
Bij de betaling van het loon over juni 2025 is een bedrag van € 3.521,68 ingehouden in verband met de beëindiging van de leaseovereenkomst.
De auto is nog niet teruggegaan naar de leasemaatschappij. Een van de directeuren van de werkgever rijdt in de auto.
Partijen verschillen van mening over de geldigheid van de leaseautoregeling en de vraag of de werknemer een afkoopsom moet betalen. In de brief van 6 juni 2025 geeft de werkgever aan dat de werknemer een bedrag van € 16.683,30 exclusief btw aan afkoopsom moet betalen.
‘Regeling niet geldig’
De werknemer stelt zich op het standpunt dat de leaseautoregeling niet geldig is. Deze is niet concreet en de werknemer wist op voorhand niet waar hij aan toe was. De werkgever is niet transparant geweest. De werknemer moest al ondertekenen voor de leaseregeling voordat hij deze heeft ontvangen en de inhoud kende. De gebruikersovereenkomst is nooit door hem ondertekend en het door de werkgever genoemde bedrag is niet onderbouwd.
Werknemer had niet in dienst hoeven treden
De werkgever voert aan dat het arbeidsvoorwaardenpakket vóór de indiensttreding aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Dat de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft ondertekend voordat hem een hardcopy ter beschikking is gesteld, doet aan het voorgaande niet af. De werknemer had niet in dienst hoeven treden of kon tijdens de proeftijd opzeggen.
‘Regeling wel transparant’
De werknemer wist heel goed dat er een afkoopregeling gold voor de leaseauto. Daarbij wijst de werkgever erop dat de werknemer een schermafbeelding van de betreffende bepaling vanuit zijn zakelijk e-mailadres naar zijn privéadres stuurde. Verder betwist de werkgever dat de regeling niet transparant is.
Schadeloosstelling
Volgens artikel 12.1 van de leaseregeling moet de werknemer de werkgever schadeloos stellen bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op eigen initiatief. De schadeloosstelling bestaat uit de afkoopsom die de leasemaatschappij bepaalt of de resterende termijnen van de leasetermijn van de auto. Op 23 mei 2025 heeft de leasemaatschappij laten weten dat de afkoopsom € 16.683,30 exclusief btw bedraagt.
De auto is nog niet ingeleverd omdat het niet duidelijk was of de werknemer deze zou overnemen. De werkgever heeft wel zolang de leasetermijnen moeten betalen.
Voor rekening van werknemer
De kantonrechter stelt voorop dat het de werkgever is toegestaan om met de werknemer af te spreken dat de kosten van de leaseauto bij voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer voor rekening komen van de werknemer zelf.
Het is dan wel vereist dat de afspraken duidelijk worden vastgelegd en aan de werknemer kenbaar worden gemaakt. Dit is volgens de kantonrechter gebeurd.
Afspraken lagen vast
De afspraken liggen vast in de vóór de indiensttreding aan de werknemer toegestuurde leaseautoregeling. Hiermee wist de werknemer dat hij een afkoopsom moest betalen dan wel de resterende leasetermijnen bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op eigen initiatief.
Dat geen concreet bedrag is genoemd, is te verklaren door het feit dat dit afhankelijk is van het tijdstip waarop de werknemer de arbeidsovereenkomst opzegt en de leaseovereenkomst eindigt. Voor zover dit niet duidelijk was voor de werknemer, had hij met de werkgever kunnen overleggen, maar dat heeft hij niet gedaan.
Gebonden aan leaseregeling
De werknemer stelt verder dat hij de gebruikersovereenkomst niet heeft ondertekend. Dit leidt er echter niet toe dat hij zich niet aan de leaseregeling moet houden. Partijen zijn deze leaseregeling uitdrukkelijk via een incorporatiebeding overeengekomen in de arbeidsovereenkomst. De werknemer wist bij ondertekening dus dat er een leaseautoregeling bestond en heeft die ook – voordat hij een leaseauto bestelde – ontvangen. Hij wist of had dus kunnen weten waaraan hij zich verbond.
Van een werknemer van zijn niveau mag worden verwacht dat hij wist waaraan hij zich verbond. Daaraan doet niet af dat hij de gebruikersovereenkomst zelf niet heeft ondertekend.
De conclusie luidt daarom dat de werknemer gebonden is aan de leaseregeling.
Het voorgaande betekent vervolgens niet automatisch dat de vordering van de werkgever toewijsbaar is. Bij voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst moet de werkgever waken voor de belangen van de werknemer en moet op zijn minst een deugdelijke specificatie opvragen en beoordelen of de in rekening gebrachte afkoopsom is berekend conform de leaseovereenkomst.
Afkoopsom/schade
Ter onderbouwing van de schade heeft de werkgever een brief van het leasebedrijf van 23 mei 2025 overgelegd. Het leasebedrijf bepaalt de afkoopsom op € 16.683,30 exclusief btw per 1 juli 2025. De werkgever heeft een bedrag van € 3.521,68 netto op het loon over juni 2025 van de werknemer in mindering gebracht. Aan afkoopsom vordert de werkgever daarom nog € 13.161,62.
De kantonrechter oordeelt dat deze vordering (nu nog) niet toewijsbaar is. De afkoopsom is namelijk berekend op een beëindiging van het leasecontract per 1 juli 2025. De auto is op dit moment nog in gebruik bij een van de directeuren en nog niet ingeleverd. De afkoopsom wordt hiermee lager.
Daar staat tegenover dat de werkgever nog steeds de leasetermijnen betaalt, maar op de mondelinge behandeling is namens de werkgever verklaard dat de directeur, die nu in de leaseauto van de werknemer rijdt, normaal gesproken in een leaseauto van een hogere klasse rijdt. Deze kosten spaart de werkgever zich nu, waardoor zijn schade ook beperkt wordt.
Omdat nu niet vaststaat wat de afkoopsom/schade is op het moment van inlevering van de auto en beëindiging van het leasecontract, kan de kantonrechter de vordering van de werkgever niet toewijzen. Maar de werknemer moet wel de afkoopsom/schade betalen op het moment dat de leaseovereenkomst met het leasebedrijf wordt beëindigd.
Nu geen terugbetaling
Op het loon van juni 2025 is een bedrag van € 3.521,68 netto ingehouden aan leasekosten. Omdat de werknemer toch een afkoopsom moet betalen heeft hij nu geen belang bij terugbetaling van het al ingehouden bedrag. De kantonrechter wijst daarom deze vordering ook af. Ook de door de werkgever gevorderde betaling van de leasekosten wordt afgewezen.
Uitspraak Rechtbank Limburg, 4 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1382

