De werkgever heeft de werknemer voldoende gewaarschuwd voor haar gedrag en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Dat oordeelt de kantonrechter.
Ontslagbrief
De werknemer is op 27 augustus 2025 op staande voet ontslagen. Diezelfde dag heeft de werkgever het ontslag schriftelijk aan haar bevestigd. In de ontslagbrief wordt voor het ontslag de volgende reden aangevoerd:
“Ondanks dat jij de afgelopen maanden meerdere waarschuwingen hebt ontvangen om tijdig aanwezig te zijn op de werkvloer, ben jij op 26 augustus jl. opnieuw niet op het werk verschenen. Loonsancties die we hebben gegeven nadat je niet of te laat op het werk bent verschenen, hebben eveneens geen effect gehad. Het gaat niet om een paar minuten dat je te laat bent, maar soms kom je uren te laat of kom je helemaal niet opdagen. Je bent er herhaaldelijk voor gewaarschuwd dat een volgende keer dat je te laat of niet aanwezig zou zijn, gevolgen heeft voor de voortzetting van jouw dienstverband. Hiervoor wordt verwezen naar de correspondentie van onder andere 1 juni 2021, 9 september 2021, 23 februari 2022, 19 juli 2024, 1 en 8 mei 2025 4, 8 en 19 augustus 2025. (…)”
Elke waarschuwing in online portaal
De werknemer beschikte volgens haar gemachtigde vóór januari 2026 niet over de waarschuwingen die in de ontslagbrief van 27 augustus 2025 worden genoemd. De werkgever heeft op de mondelinge behandeling echter toegelicht dat elke waarschuwing in het online portaal heeft geplaatst. Via dat portaal werden ook de loonstroken aan de werknemer verstrekt. Volgens de werkgever heeft de werknemer nu nog steeds toegang tot het online portaal.
Voor eigen rekening en risico
Het komt voor eigen rekening en risico van de werknemer dat zij niet op de mondelinge behandeling aanwezig was en dus geen verweer heeft kunnen voeren tegen deze stellingen. Daarmee staat vast dat de werknemer van alle waarschuwingen kennis had kunnen nemen. Voor zover zij dat niet heeft gedaan, valt dat alleen haarzelf te verwijten.
Ook per mail verstuurd
Verder is op de mondelinge behandeling gebleken dat de werkgever de waarschuwingen van 4, 8 en 19 augustus 2025 ook per e-mail naar de werknemer heeft verzonden. De gemachtigde van de werknemer heeft niet weersproken dat daarvoor gebruik is gemaakt van het e-mailadres dat de werknemer bij haar indiensttreding aan de werkgever heeft doorgegeven. Verder is ter zitting niet weersproken dat de werkgever de werknemer ook meermaals persoonlijk heeft aangesproken op haar gedrag, waaronder het te laat komen en het niet verschijnen.
Geen lichtere sanctie
Anders dan de werknemer heeft betoogd, had de werkgever in dit geval niet hoeven volstaan met een lichtere sanctie dan ontslag op staande voet. Voor de eerdere incidenten heeft hij namelijk al negen waarschuwingen aan de werknemer gegeven en heeft zij verschillende loonsancties aan haar opgelegd. Dit heeft er allemaal niet toe geleid dat de werknemer haar gedrag heeft verbeterd. Daarmee heeft zij haar kansen redelijkerwijs verspeeld.
Persoonlijke omstandigheden
Het verweer dat de persoonlijke omstandigheden van de werknemer maken dat ontslag op staande voet in dit geval een te zware sanctie is, slaagt evenmin.
De gemachtigde van de werknemer heeft op de mondelinge behandeling nader toegelicht dat de werknemer op 4 augustus 2025 last had van vermoeidheid en rugklachten, waardoor zij niet op tijd op de overeengekomen ophaallocatie kon zijn.
De werkgever was naar eigen zeggen echter niet van die klachten op de hoogte. Hij kon daar dus geen rekening mee houden in haar afweging om de werknemer later die maand op staande voet te ontslaan. Het had op de weg van de werknemer gelegen om haar standpunt nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door middel van een ziekmelding. Deze onderbouwing ontbreekt echter.
De aangevoerde persoonlijke omstandigheden betekenen daarom niet dat er geen dringende reden is.
Druppel die emmer deed overlopen
Aan een rechtsgeldig ontslag op staande voet staat niet in de weg dat hieraan incidenten ten grondslag worden gelegd die jaren eerder hebben plaatsgevonden.
De werkgever stelt dat het voor de vierde keer in één maand tijd niet (op tijd) op het werk verschijnen op 26 augustus 2025 de spreekwoordelijke druppel was die de emmer deed overlopen. Daarop heeft hij de werknemer op 27 augustus 2025, dus een dag later, zowel mondeling als schriftelijk medegedeeld dat zij op staande voet is ontslagen en wat de redenen daarvoor waren. Het ontslag op staande voet is daarmee onverwijld gegeven.
Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1757

