De Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst heeft een standpunt ingenomen over de betaling van een maaltijd met een betaalkaart waarbij een maximumbedrag rechtstreeks van de rekening van de werkgever wordt afgeschreven.
Waar gaat deze zaak over?
Werknemers krijgen van hun werkgever een betaalkaart (fysiek dan wel in hun digitale wallet), waarmee zij maaltijden kunnen kopen. Als de werknemer afrekent met deze betaalkaart, komt een bedrag tot maximaal € 9 per dag en tot een maximum van € 90 per maand direct ten laste van de rekening van de werkgever.
De betaalkaart is ook gekoppeld aan de persoonlijke betaalrekening van de werknemer; bedragen boven het maximumbedrag per dag/maand die de werkgever voor zijn rekening neemt, worden automatisch afgeschreven van de persoonlijke betaalrekening van de werknemer.
Dus stel de werknemer betaalt een maaltijd van € 15 met de betaalkaart, dan wordt de eerste € 9 van de rekening van de werkgever afgeschreven en het restant van € 6 wordt afgeschreven van de persoonlijke bankrekening van de werknemer.
Als de werknemer op een dag minder dan € 9 besteedt, blijft het restant voor die maand beschikbaar. Als aan het einde van de maand niet de hele € 90 is besteed, dan vervalt het restant.
De werknemer kan met de betaalkaart alleen betalingen doen:
- in de bedrijfskantine op de werkplek (externe cateraar verzorgt maaltijden);
- bij alle restaurants, broodjeszaken en andere eetgelegenheden met een specifieke code op het kassa-systeem die digitaal betalen mogelijk maakt (hiervoor zijn geen aparte afspraken gemaakt tussen de werkgever en degene die de producten verkoopt aan de werknemer); en
- bij een bezorgplatform aangesloten restaurants (bij deze restaurants geldt doorgaans een minimale prijs per order van rond de € 20).
Waarde in het economisch verkeer
De prijs van de producten in de bedrijfskantine op de werkplek is gelijk aan de waarde in het economische verkeer (WEV). De werkplek voldoet aan de definitie van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (URLB 2011).
Vragen en antwoorden
- Is sprake van een verstrekking van een maaltijd door de werkgever op de werkplek als de werknemer de betaalkaart gebruikt om een maaltijd te kopen in de bedrijfskantine?
- Is sprake van een verstrekking van een maaltijd door de werkgever op de werkplek als de werknemer de betaalkaart gebruikt voor het bestellen van een maaltijd via het bezorgplatform én de maaltijd laat bezorgen op de werkplek?
- Nee, de betalingen met de betaalkaart vormen geen verstrekking van een maaltijd door de werkgever op de werkplek. De vergoedingen van de werkgever vormen loon in geld. Het voor een maaltijd betaalde bedrag moet tot maximaal € 9 tot het loon worden gerekend.
- Idem.
Betaling betaalkaart vormt loon
Een betaling met de betaalkaart vormt loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) voor zover de betaling ziet op het deel dat de werkgever voor zijn rekening neemt (in de casus maximaal € 9); dat deel vormt een voordeel voor de werknemer dat de werkgever verstrekt en voldoende verband houdt met de dienstbetrekking. Van belang is of het voordeel loon in natura vormt. Voor loon in natura gelden specifieke waarderingsvoorschriften.
Loon in natura
Bij loon in natura gaat het om loon in de vorm van de verstrekking of terbeschikkingstelling van goederen, diensten en rechten:
- Bij een verstrekking gaat het eigendom van het goed over op de werknemer.
Voorbeeld: de verstrekking van een fiets aan de werknemer. - Bij terbeschikkingstelling behoudt de werkgever het eigendom van het goed, maar mag de werknemer er gebruik van maken.
Voorbeeld: gebruik van een laptop van de werkgever door de werknemer. - Loon in de vorm van een recht is een recht dat inhoudelijk volledig is bepaald en onvoorwaardelijk is (direct of na een bepaalde vaste termijn).
Voorbeeld: verstrekking van een waardebon.
De vraag is hoe de betaling in de casus moet worden gekwalificeerd. De volgende opties:
- De betaling is een vergoeding van de werkgever (loon in geld). De vergoeding moet in aanmerking worden genomen naar de nominale waarde.
- De betaling wordt gelijkgesteld met de verstrekking van een maaltijd door de werkgever (loon in natura). Het forfait van artikel 3.8, onderdeel a, URLB 2011 is van toepassing.
- De betaalkaart wordt gelijkgesteld met de verstrekking van een waardebon door de werkgever (loon in natura). De waardebon moet worden gewaardeerd op de factuurwaarde (indien aanwezig), dan wel de WEV op grond van artikel 13, eerste lid, Wet LB 1964.
Wie heeft betalingsverplichting?
Op basis van de jurisprudentie is voor de beoordeling of sprake is van loon in geld of loon in natura met name van belang op wie juridisch de betalingsverplichting rust. Het is dus niet beslissend wie het verschuldigde bedrag daadwerkelijk betaalt. Als de werknemer bij een derde voor eigen rekening een verplichting aangaat en de werkgever deze rekening rechtstreeks betaalt aan de derde, is sprake van loon in geld.
Werkgever bepaalt aard, kwaliteit en hoeveelheid
Een kenmerk van loon in natura is dat de werkgever de aard, kwaliteit en hoeveelheid van het goed of dienst bepaalt. Een aantal voorbeelden:
- Als de werkgever besluit een mindfulness training door een derde te laten verzorgen voor zijn werknemers, is sprake van loon in natura. De werkgever bepaalt de aard, kwaliteit en hoeveelheid van de training. Bovendien rust de betalingsverplichting op de werkgever.
- Als de werkgever een cadeaubon verstrekt, is sprake van loon in natura. De werkgever bepaalt de aard van de cadeaubon (voor welke winkel) en voor welk bedrag. De werkgever koopt de bon in. Het feit dat de werknemer bepaalt waar hij de cadeaubon aan besteedt, is bij de beoordeling of sprake is van loon in geld of loon in natura niet meer relevant. De bon vormt loon in natura, niet dat wat de werknemer ermee heeft aangeschaft.
- Als de werkgever een maaltijdbon verstrekt die recht geeft op een bepaalde maaltijd bij bepaalde eetgelegenheden vormt de bon loon in natura. Als de werkgever hierbij bepaalt wat de aard, de kwaliteit en de omvang is van de maaltijd kan sprake zijn van de verstrekking van een maaltijd.
Boordeling betaling maaltijd in bedrijfskantine met betaalkaart (ad 1)
De prijs voor de maaltijd is verschuldigd door de werknemer. Bij een betaling met de betaalkaart wordt het bedrag direct afgeschreven van de rekening van de werkgever. Oftewel, de werkgever betaalt rechtstreeks de door de werknemer verschuldigde prijs tot maximaal € 9. De betaling met de betaalkaart is geen verstrekking of terbeschikkingstelling van een goed of een dienst door de werkgever.
Geen loon in natura
De betaalkaart fungeert slechts als betaalmiddel, vergelijkbaar met een creditcard van de werkgever (tot een bepaalde limiet). Bovendien bepaalt de werknemer zelf of, en wat hij bestelt, niet de werkgever. Een betaling met de betaalkaart kwalificeert daarom onder deze feiten en omstandigheden niet als loon in natura. Van een verstrekking van een maaltijd kan dan ook geen sprake zijn waardoor het maaltijdforfait niet van toepassing is.
Geen loon in vorm van recht
Ook vormt de betaalkaart onder deze feiten en omstandigheden geen ‘loon in de vorm van een recht’. De betaalkaart is immers geen recht dat inhoudelijk volledig is bepaald en onvoorwaardelijk is. Hierin verschilt de betaalkaart met een waardebon, zoals een cadeaubon (een waardebon vormt op zichzelf een beloning voor de werknemer en dus loon in natura).
Er is in de casus sprake van ‘recht op loon’ (en geen ‘loon in de vorm van een recht’).
De betaalkaart op zichzelf geeft geen recht op een maaltijd; als de kosten van de maaltijd meer dan € 9 bedragen, komt het meerdere voor rekening van de werknemer.
Een betaling met de betaalkaart kwalificeert als een vergoeding en daarmee als loon in geld tot maximaal € 9. Het genietingsmoment van loon in geld wordt bepaald aan de hand van artikel 13a Wet LB 1964. In de casus is dat het moment van betaling van de maaltijd.
Beoordeling betaling met betaalkaart van door werknemer bestelde maaltijd op de werkplek (ad 2)
Als de werknemer een maaltijd bestelt en laat bezorgen op de werkplek is geen sprake van een door de werkgever verstrekte maaltijd op de werkplek. De betalingsverplichting van de maaltijd rust op de werknemer. De werkgever betaalt rechtstreeks via de betaalkaart (een gedeelte van) de prijs die de werknemer is verschuldigd. Deze betaling vormt daarom loon in geld tot maximaal € 9. Het maaltijdforfait van artikel 3.8, onderdeel a, URLB 2011 is dan ook niet van toepassing.
Ook vormt de betaalkaart geen loon in de vorm van een recht.
Geen intermediaire kosten
Er is ook geen sprake van intermediaire kosten. Hiervoor moet de werknemer in opdracht en voor rekening van de werkgever een maaltijd bestellen. In dat geval heeft de werknemer een vordering op de werkgever en moet de werkgever deze voldoen. Daarvan is in casu geen sprake.
Loon in geld
Een betaling met de betaalkaart kwalificeert als loon in geld tot maximaal € 9. Het genietingsmoment van loon in geld wordt bepaald aan de hand van artikel 13a Wet LB 1964 en is in dit geval het moment van betaling van de maaltijd.
Als sprake is van een meer dan bijkomstige zakelijke maaltijd in de zin van artikel 31a, tweede lid, onderdeel b, Wet LB 1964, dan is de betaling tot maximaal € 9 gericht vrijgesteld binnen de werkkostenregeling.
WEV verschuldigd
Voor de producten in de bedrijfskantine is de werknemer in casu de WEV verschuldigd. De maaltijd vormt daarom geen loon in de zin van artikel 10 Wet LB 1964. De werknemer geniet immers geen voordeel, waarmee niet is voldaan aan de voordeelseis. Of de prijs van de maaltijd marktconform is en daarmee gelijk is aan de WEV staat ter beoordeling van de inspecteur.

