Het gaat daarbij om een verplichte stagevergoeding bij stages in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo).
Stages zijn voor veel mbo-, hbo- en wo-studenten een essentieel onderdeel van hun opleiding. Elke student verdient daarvoor een passende stagevergoeding.
Uit de nieuwste cijfers van CBS blijkt dat in maart 2025 43% van de mbo-studenten met een stage een stagevergoeding ontvangt ten opzichte van 42% in maart 2024. Deze minimale stijging van 1 procentpunt vindt de minister van OCW teleurstellend.
Verkenning
Verkend is welke mogelijkheden er zijn om een minimum stagevergoeding wettelijk te verplichten voor stages in het onderwijs. Hierbij is gekeken naar zowel mbo-, hbo- en wo-studenten, en naar het effect op het aanbod van stages. Ook is gekeken naar de mogelijkheden voor een recht op stagevergoedingen en de mogelijkheid om te differentiëren.
De ambtelijke verkenning maakt inzichtelijk dat het wettelijk verplichten van stagevergoedingen mogelijk is, maar dat het een aantal dilemma’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld als het gaat om het waarborgen van gelijke behandeling en mogelijke interferentie met het arbeidsrecht.
De minister ziet stagevergoedingen hoofdzakelijk als een middel van het stagebedrijf om waardering te uiten voor diens stagiair.
Wanneer teveel nadruk wordt gelegd op beloning van stagiairs voor hun geleverde inzet, dan bestaat het risico dat het lerende element van een stage naar de achtergrond verschuift en juridisch mogelijk sprake is van een arbeidsverhouding tussen stagiair en leerbedrijf.
Wie heeft recht op stagevergoeding?
Allereerst moet worden bepaald wie er recht zouden moeten hebben op een stagevergoeding. Er zijn veel verschillende soorten stages, waaronder ook stages die buiten het onderwijs worden gelopen. Volgens Moes is het vanzelfsprekend dat het kabinet zich in ieder geval richt op studenten die vanuit hun opleiding verplicht een stage moeten lopen.
Aan de andere kant vindt de bewindsman er ook iets voor te zeggen dat ook stagiairs die stage lopen als keuze-onderdeel van hun opleidingscurriculum recht hebben op zo’n leerervaring en dus op een stagevergoeding.
Richting de contouren van een wetsvoorstel zal de minister deze twee opties verder uitwerken, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met het beginsel van gelijke behandeling en de uitvoeringsgevolgen.
Inrichting wet
Voor wat betreft de inrichting van de wet is de keuze aan de orde of er alleen een recht op vergoeding geregeld moet worden of dat er een minimumbedrag in de wet wordt opgenomen. Vervolgens is er bij een minimumbedrag de keuze om wel of niet te differentiëren in bedragen.
De minister vindt het belangrijk dat een wet leidt tot meer gelijkheid tussen studenten en een minimumbedrag ligt dan dus voor de hand. Wel ziet hij ook risico’s bij het hanteren van een minimumbedrag als het gaat om het aanbod van stages.
Stagebedrijven kunnen of willen mogelijk niet de vergoeding betalen waardoor het aantal beschikbare stageplekken zou kunnen dalen. Ook bestaat het risico dat stagebedrijven alleen het minimumbedrag uitkeren, terwijl ze voorheen misschien een hogere stagevergoeding betaalden.
Richting de contouren van het wetsvoorstel gaat Moes de inrichting daarom verder uitwerken. Dat doet hij in nauw contact met werkgevers, de onderwijskoepels en studentenorganisaties.
Wie gaat vergoeding betalen?
Naast de reikwijdte en inrichting moet ook een keuze worden gemaakt over wie de stagevergoeding moet betalen. Gelet op de doelstelling is het logisch dat het stagebedrijf zorg draagt voor de uitkering van een stagevergoeding.
Een verplichting zal kosten met zich meebrengen voor werkgevers. Het is belangrijk dat stagebedrijven deze verplichting ook nakomen.
Op voorhand blijkt het niet mogelijk om te voorspellen in hoeverre een wettelijk verplichte stagevergoeding leidt tot een effect op het aanbod van stageplekken.
Subsidieregeling?
Een regeling kan stagebedrijven ondersteunen en ervoor zorgen dat studenten niet zonder stageplek komen te zitten. Bij een regeling echter een risico op onbedoeld gebruik van bedrijven die eigenlijk geen ondersteuning nodig hebben. Op dit moment zijn er geen middelen beschikbaar voor een subsidieregeling.
Bij de stap naar wetgeving moet worden gekeken waar specifieke problemen ontstaan voor werkgevers of specifieke groepen studenten en hoe dit voorkomen kan worden. Het spreekt voor zich dat ieder stagebedrijf dat een stagiair begeleidt ook een stagevergoeding moet betalen. In dat geval zou een subsidieregeling overbodig zijn.
Stageovereenkomsten
Stageovereenkomsten kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het borgen van goede omstandigheden op de stage. Het sluiten van een stageovereenkomst is belangrijk om voorafgaand aan de stage afspraken te maken over de rechten en plichten van de student, het stagebedrijf en eventueel de onderwijsinstelling. Dit is ook het moment voor studenten om de stagevergoeding met het stagebedrijf te bespreken.
Wetsvoorstel
De minister ziet mogelijkheden om stagevergoedingen wettelijk te verplichten. Wel laat de ambtelijke verkenning ook zien dat er dilemma’s zijn die zorgvuldig moeten worden uitgewerkt.
De komende periode werkt Moes verder aan het uitwerken van wettelijke mogelijkheden richting de contouren van een wetsvoorstel en neemt hij deze dilemma’s mee.
Voor de zomer informeert de minister de Tweede Kamer over de contouren van een wetsvoorstel.
Kamerbrief over verkenning wettelijk verplichten stagevergoedingen

