In het commissiedebat Fiscaliteit van 11 maart 2026 in de Tweede Kamer zijn vragen aan staatssecretaris Eerenberg van Financiën gesteld over de pseudo-eindheffing voor fossiele leaseauto’s per 1 januari 2027, mede naar aanleiding van de brandbrief die twintig werkgeversorganisaties op initiatief van BOVAG recent naar de Tweede Kamer stuurden.
Knelpunten
Wat betreft mogelijke knelpunten bij de uitvoering van de pseudo-eindheffing voor fossiele leaseauto’s gaat het heel concreet het om tijdelijk of vervangend vervoer en wagenparkbeheer in concernverband. Het onderhoud door een werknemer van een auto van de zaak. “Is de staatssecretaris hiermee bekend en worden oplossingen verkend?”
Een ander punt : de lesauto’s. Lesauto’s zijn doorgaans brandstofauto’s, omdat leerlingen voor een volledig rijbewijs moeten leren schakelen. “Rijscholen wordt nu gevraagd om elke zakelijke kilometer te verantwoorden met een rittenadministratie. In de praktijk rijden lesauto’s niet van a naar b, maar rijden ze vaak willekeurig rond. De verwachting is dan ook dat lesauto’s in tegenstelling tot de verwachting van de staatssecretaris vaak wel onder de pseudo-eindheffing zullen vallen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe hij deze punten uit de praktijk weegt en of hij bereid is om hier toch nog eens goed naar te kijken.”
Ongewenste neveneffecten
Staatssecretaris Eerenberg geeft antwoord:
“We hebben per 2027 de pseudo-eindheffing. Die gaat wel degelijk in. Dat is feitelijk een prikkel om geen gebruik te maken van fossiele auto’s.
Ik heb ook de brandbrief van de BOVAG in de media gezien. Die heb ik gelezen. We gaan kijken welke ongewenste neveneffecten van de pseudo-eindheffing we kunnen wegnemen, binnen het kader van een uitvoerbaar stelsel. Als we uitzondering op uitzondering gaan stapelen, gaat het namelijk niet werken. We willen de prikkel voor het voorkomen van fossiel gebruik ook in stand houden.”
De staatssecretaris geeft aan dat de pseudo-eindheffing een goede prikkel is om te verduurzamen. Maar hij ziet ook dat het een aantal ongewenste neveneffecten oplevert. Hij gaat daarop studeren. Dit betekent dat hij hierover een Kamerbrief toezegt die vóór de zomer komt. Dit betekent volgens hem dan eerder in de maand juni dan in de maand april.
Kamerbrief vóór de zomer
Gevraagd wordt of de Kamerbrief in juni concrete duidelijkheid gaat geven.
Eerenberg:
“Dan vroeg mevrouw Van Dijk van het CDA of de brief over de pseudo-eindheffing duidelijk zal zijn en of er maatregelen in staan. Dat is wel ons voornemen. Zij gaat pas in per 1 januari 2027. Ik snap de druk vanuit de sector, maar dat geeft ons ook nog wel even de tijd om te bekijken wat er nu op tafel ligt, wat de ongewenste effecten zijn, hoe je die kunt mitigeren en wat de effecten daarvan zijn. Mijn ambitie is om in die brief dan ook klare wijn te schenken, ook als de boodschap ongemakkelijk is. Dat hoort ook bij klare wijn.”

