Is het aan de werknemer gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig? Is het ontslag onverwijld gegeven? Is er een dringende reden?
De werknemer heeft aangevoerd dat de werkgever al op 30 november 2024 op de hoogte was van zijn tankgedrag in de maand november 2024, omdat hij toen de brandstoffactuur over deze maand heeft ontvangen. De tijd die sindsdien is verstreken tot de dag van het ontslag, is te lang, aldus de werknemer. De kantonrechter volgt de werknemer hierin niet.
Dat de factuur gedateerd is op 30 november 2024, wil nog niet zeggen dat deze ook op die dag is verstuurd en bij de werkgever is gekomen. Dat heeft de werknemer ook niet nader onderbouwd. De kantonrechter heeft geen reden om aan te nemen dat de werkgever eerder dan 17 december 2024 wist van de factuur en het tankgedrag van de werknemer. Dan mag de werkgever nog even tijd hebben om nader onderzoek te doen. Het ontslag op 23 december 2024 is onverwijld, aldus de kantonrechter.
Leaseautoregeling overtreden
De kantonrechter oordeelt dat de leaseautoregeling van toepassing is gebleven na het door de werknemer in gebruik nemen van de nieuwe leaseauto in 2020. Doorslaggevend daarbij is dat de werknemer de leaseautoregeling in 2014 heeft ondertekend en dat het door de werknemer overgelegde printscreen niet als een nieuwe regeling kan worden beschouwd.
Oneigenlijk gebruik tankpas
Het gevolg daarvan is dat de werkgever gelijk heeft met de stelling dat de werknemer de leaseautoregeling heeft overtreden door zijn neef (in elk geval) meerdere keren in de auto te laten rijden en hem de tankpas met pincode te laten gebruiken. Oneigenlijk gebruik van de tankpas houdt mede in het in gebruik geven van die tankpas aan een neef, want een neef is geen gezinslid.
Geen behoorlijke verantwoording
De kantonrechter is verder van oordeel dat oneigenlijk (en daarmee ernstig verwijtbaar) gebruik van de tankpas ook aan de orde is als de werknemer om wie het gaat geen behoorlijke verantwoording kan afleggen over het gebruik van de pas. Dat geldt temeer als er een onregelmatigheid wordt vastgesteld, zoals hier het in gebruik geven van de tankpas en de leaseauto aan de neef van de werknemer, waarvan de werknemer zijn identiteit en de precisie van de familieband niet heeft onthuld.
Verhaal werknemer klopt niet
De kantonrechter komt tot de slotsom dat het verhaal van de werknemer wat betreft november 2024 simpelweg niet klopt. Vast staat dat er die maand getankt is op 2, 4, 7 en 23 november, in totaal 111,52 liter.
In eerste instantie geeft de werknemer als verklaring dat zijn neef met de vrouw van de werknemer boodschappen is gaan doen en die neef de werknemer ook wel eens met de leaseauto naar de fysiotherapeut of het ziekenhuis heeft gebracht. Dat verklaart het aantal gereden kilometers niet, nu met ruim 111 liter ook in de stellingen van de werknemer (volgens hem rijdt de leaseauto 1:13,8) meer dan 1.500 km kan worden gereden.
700 km rijden met hernia ongeloofwaardig
Pas op de mondelinge behandeling heeft de werknemer desgevraagd verklaard dat hij ook nog op 30 november 2024 met de leaseauto, bestuurd door zijn neef, naar Duitsland heen en weer is gereden, in totaal 700 km. De kantonrechter acht dat ongeloofwaardig.
Ten eerste had er bij een dergelijke rit in elk geval een keer getankt moeten worden en dat is niet gebeurd, althans niet met de tankpas. De laatste tankbeurt in november was namelijk op de 23e.
Ten tweede kan de kantonrechter moeilijk aannemen dat de werknemer met zijn klachten als gevolg van de dubbele hernia 700 km in een auto kon rijden, ook al was dit als passagier. Hij heeft immers op 3 december 2024 geschreven dat het voor hem, gelet op de hernia, niet mogelijk was om vanuit zijn huis naar de vestiging van de werkgever te gaan, een afstand van ongeveer 12 km. Overigens blijven er, ook met de rit naar Duitsland, nog vele onverklaarde kilometers over in de maand november 2024.
Geen enkele verklaring gegeven
Ook staat vast dat er in september 2024 voor een bedrag van € 445,96 (208,72 liter) is getankt en in de maand mei 2024 voor een bedrag van € 526 (245,21 liter). Het gaat dan tenminste om respectievelijk 2.880 en 3.380 km. Voor dit aantal kilometers heeft de werknemer geen enkele verklaring gegeven, terwijl dit in de geschetste omstandigheden wel van hem had mogen worden verwacht.
Diesel afgerekend, maar benzineauto
Ten aanzien van de voorvallen op 10 oktober en 2 en 6 november 2024 overweegt de kantonrechter als volgt.
De werkgever heeft er terecht op gewezen dat de verklaring van een man niet geloofwaardig is. De in de verklaring genoemde bonnetjes zijn niet bijgevoegd, De verklaring is verder niet gedateerd en niet ondertekend. Dat betekent dat ervan uit moet worden gegaan dat met de tankpas diesel is afgerekend, waarbij het dus om een andere auto moet gaan dan de leaseauto van de werknemer, die op benzine rijdt.
Op 2 november 2024 is er met de tankpas getankt in locatie 2, dat is 80 km vanaf zijn woonplaats. Er mag op zijn minst aan getwijfeld worden of de werknemer met zijn dubbele hernia 160 km in een auto kan rijden, ook al is dit als passagier.
Werknemer niet in auto
En dan resteert 6 november 2024. Uit de verklaring van de de zakenpartner blijkt duidelijk dat de werknemer op die datum niet door hem is gezien, terwijl uit de bijgevoegde foto’s blijkt dat de werknemer niet in de auto zat, terwijl hij zelf heeft verklaard steeds in de auto te zijn gebleven. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat de werknemer de leaseauto op die dag door een derde heeft laten besturen, hetgeen niet is toegestaan.
Ernstig verwijtbaar
Geoordeeld wordt dat is komen vast te staan dat de werknemer een excessief en oneigenlijk gebruik van de tankpas heeft gemaakt en hij (in elk geval) een neef in de leaseauto heeft laten rijden en gebruik heeft laten maken van de tankpas met pincode. Ook heeft de werknemer geen verklaring gegeven over met de leaseauto gereden duizenden kilometers. Ook dat is in de gegeven omstandigheden ernstig verwijtbaar.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer de werkgever een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst met hem onmiddellijk te beëindigen. Bij dat oordeel weegt zwaar het feit dat de werknemer geen opheldering heeft gegeven over het gebruik van de tankpas en de leaseauto. Dit geldt ook bij de afspraak dat de leaseauto privé mag worden gebruikt en als het maximum aantal kilometers per jaar (25.000) niet is overschreden.
De persoonlijke omstandigheden van de werknemer, met name het dienstverband van 23 jaar, de leeftijd (55 jaar) en het kostwinnerschap, zijn onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Het gegeven ontslag blijft in stand.
Geen vergoedingen
Als de dringende reden het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, zoals in dit geval, is geen transitievergoeding verschuldigd. Dat is anders als het niet toekennen van een transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarvan is volgens de kantonrechter in dit geval geen sprake. De werknemer heeft dit aan zichzelf te wijten.
Nu vastgesteld is dat er sprake is van een terecht gegeven ontslag op staande voet en ernstige verwijtbaarheid van de werknemer, wijst de kantonrechter het verzoek om een billijke vergoeding af. Hetzelfde geldt voor het verzoek voor de gefixeerde schadevergoeding.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 9 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3357

