Eind 2019 was 13,4% (936.000) van de werknemers geen actieve deelnemer in een pensioenregeling. Eind 2023 betrof dat 9,3% (680.000) van het totaal aantal werknemers. Hiermee heeft de daling van het relatieve aandeel werknemers zonder pensioenopbouw verder doorgezet, alsook de daling in absolute zin.

Aanvalsplan Witte vlek
Samen met sociale partners wordt ingezet op werknemers pensioen te laten opbouwen in de tweede pijler. Dit doel komt voort uit het Pensioenakkoord waar is afgesproken dat de Stichting van de Arbeid (StvdA) een aanvalsplan opstelt om de groep werknemers zonder pensioen terug te dringen. Op 17 juni 2020 heeft de StvdA het Aanvalsplan Witte vlek gepresenteerd. Dit aanvalsplan is 2022 aangescherpt naar aanleiding van het debat in de Tweede Kamer over de Wet toekomst pensioenen (Wtp).
Een belangrijke aanscherping was de doelstelling voor een halvering van het aantal werknemers zonder pensioen, die ook in de wet is opgenomen. Op 31 oktober 2025 heeft de StvdA een voortgangsrapportage uitgebracht over de uitvoering van het aanvalsplan.
Voortgangsrapportage
Een groot deel van de acties is inmiddels afgerond. Op de laatste nog af te ronden acties meldt de StvdA voortgang. Recente stappen voor de openstaande acties zijn onder meer het expliciet vermelden van pensioen in wervingsprocessen door het aanpassen van de sollicitatiecode van de NVP, gerichte voorlichting en ondersteuning van (kleine) werkgevers via campagnes en tegemoetkomingen voor de opstartkosten die betrekking hebben op het inhuren van een pensioenadviseur van werkgeversorganisaties.
Voor het vervolg vraagt de StvdA om gezamenlijke inzet op twee punten: nadere analyse per sector om gerichte interventies te kiezen en versterking van communicatie en bewustwording. De ingezette daling van het aantal werknemers zonder pensioenopbouw is onder andere het resultaat van de inzet van sociale partners.
Pensioenregeling op loonstrook
Een actiepunt is het introduceren van een wettelijke verplichting om op de loonstrook te vermelden of de werkgever een pensioenregeling aanbiedt. Deze verplichting was al opgenomen in de Wet toekomst pensioenen (Wtp), maar bleek bij nader inzien niet direct uitvoerbaar door het ontbreken van een nadere wettelijke duiding. De aangepaste wettelijke verplichting loopt mee in het wetsvoorstel toezeggingen pensioenonderwerpen waar op dit moment aan wordt gewerkt.
Geen verplichting
Het huidige pensioenstelsel kent geen algemene verplichting voor werkgevers om een pensioenregeling te treffen. Pensioenopbouw in de tweede pijler is primair het gevolg van afspraken tussen sociale partners of van vrijwillige aansluiting bij een uitvoerder. Een belangrijke factor hierin is de sectorale verplichtstelling waar een groot deel van de werknemers onder valt. Op dit moment bouwt 91% van de werknemers aanvullend pensioen op in de tweede pijler. In gevallen waar sociale partners geen afspraken maken of werkgevers geen initiatief nemen, blijft pensioenopbouw uit.
Beleidsinzet
De beleidsinzet tot nu toe is erop gericht om binnen dit kader de groep werknemers zonder pensioen terug te dringen, onder andere via sectorgerichte communicatie, de mogelijkheid tot vrijwillige aansluiting bij bedrijfstakpensioenfondsen en het ontwikkelen van laagdrempelige pensioenregelingen.
De periode van 2019 tot 2023 wordt gekenmerkt door de invoering van verschillende maatregelen en de zichtbare afname van het aantal werknemers zonder pensioenopbouw. Ook tussen het meetmoment over 2023 en nu is deze aanpak voortgezet. Wanneer de resultaten over 2024 bekend zijn, wordt de effectiviteit van de genomen maatregelen beoordeeld bij de tussentijdse evaluatie. Dan wordt ook bezien of er meer maatregelen nodig zijn om de reductiedoelstelling te behalen.
Kamerbrief Voortgang reductie werknemers zonder actieve pensioenopbouw

