Dit wetsvoorstel dient ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2668 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2009/148/EG betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk (Wijzigingsrichtlijn).
Voorzien wordt in het wetsvoorstel in een vergunningplicht ter implementatie van de Wijzigingsrichtlijn. Dit houdt in dat het een bedrijf verboden is om de omschreven werkzaamheden met asbest uit te voeren, tenzij daarvoor door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een vergunning is verleend.
Wijzigingsrichtlijn
De Wijzigingsrichtlijn introduceert onder meer een vergunningplicht voor bedrijven die sloop- of asbestverwijderingswerkzaamheden gaan verrichten. De Wijzigingsrichtlijn moet uiterlijk op 21 december 2025 geïmplementeerd zijn.
Asbestrichtlijn
De Asbestrichtlijn voorziet in een consistent niveau van bescherming tegen de risico’s van beroepsmatige blootstelling aan asbest via een kader van algemene beginselen dat de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat de minimumvoorschriften op een consequente manier worden toegepast. Het doel van die minimumvoorschriften is werknemers op het niveau van de Europese Unie te beschermen, terwijl de lidstaten strengere bepalingen kunnen vaststellen.
Betere bescherming
De Wijzigingsrichtlijn beoogt een betere bescherming van de werknemer tegen de risico’s van blootstelling aan asbest. Maatregelen ter bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende stoffen worden ondersteund vanuit het Europees kankerbestrijdingsplan.
De betere bescherming van werknemers bestaat, naast de hiervoor genoemde vergunningplicht, onder meer uit een aanscherping van een grenswaarde voor asbest in de in te ademen lucht die niet mag worden overschreden. Nederland voldoet in de huidige regelgeving al aan de aangescherpte grenswaarde.
Vergunningplicht
Daar waar het huidige stelsel van certificering in Nederland bepalend is voor de toelating tot de markt om bepaalde asbestwerkzaamheden te mogen uitvoeren, wordt de toelating tot de markt voor alle werkzaamheden waarbij asbest wordt verwijderd op grond van de Wijzigingsrichtlijn in de nieuwe situatie gereguleerd via vergunningen.
De vereisten uit de Wijzigingsrichtlijn moeten concreet worden uitgewerkt in nationale regelgeving, zodanig dat wordt voldaan aan de Europese verplichtingen en met de vergunningplicht een effectief instrument wordt verkregen om de naleving te bevorderen. Hoewel de introductie van deze vergunningplicht onvermijdbaar leidt tot regeldruk, wordt die zo beperkt mogelijk gehouden.
De Arbeidsomstandighedenwet heeft geen grondslag om voor bepaalde werkzaamheden een vergunning te verplichten. Het is daarom noodzakelijk dat een vergunningplicht in de Arbeidsomstandighedenwet wordt opgenomen zodat de overheid een vergunning kan afgeven aan genoemde bedrijven.
Ook moet een lijst openbaar worden gemaakt waarop de bedrijven staan waaraan een vergunning is verleend. Dit wetsvoorstel zorgt voor een vergunningplicht en een wettelijke grondslag voor de openbaarmakingsplicht in de Arbeidsomstandighedenwet.
De vergunning wordt op bedrijfsniveau verleend door een landelijke autoriteit en voor onbepaalde tijd geldig zijn. Een bedrijf hoeft een aanvraag dus slechts eenmalig te doen en kan dan zijn werkzaamheden in heel Nederland uitvoeren.
Met dit voorstel wordt geregeld dat in voorkomende gevallen in het kader van vergunningverlening gebruik kan worden gemaakt van de Wet Bibob.
Sloop- en asbestverwijderingswerkzaamheden
Het voornemen is om de vergunningplicht te laten gelden voor sloop- en asbestverwijderingswerkzaamheden, zoals de Wijzigingsrichtlijn vereist. In het wetsvoorstel is ook een grondslag opgenomen om de vergunningplicht in de toekomst ook van toepassing te kunnen laten zijn op het bewerken van asbest.
Certificering
Voor het verkrijgen van een vergunning stelt de Wijzigingsrichtlijn onder meer als voorwaarde dat een bedrijf een bewijs van naleving van artikel 6 van de Asbestrichtlijn moet leveren.
Er zijn verschillende opties verkend om te gebruiken als bewijs van naleving. De volgende drie opties worden beschreven:
- Gedifferentieerde certificering voor alle vergunningplichtige werkzaamheden;
- Een lichte vorm van certificering voor alle vergunningplichtige werkzaamheden;
- Een ander bewijs van naleving dan certificering.
De lastendruk voor het bedrijfsleven en de kosten voor de overheid zijn voor de verschillende opties in onderstaand overzicht samengevat. De bedragen zijn afgerond, waardoor de optelling kan afwijken.

In dit wetsvoorstel wordt de keuze uit de opties voor de invulling van het bewijs van naleving nog niet wettelijk vastgelegd, dat gebeurt bij wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Het voornemen is om uit te gaan van de inzet van het instrument van certificering als bewijs van naleving, waarbij de zwaarte van certificering gedifferentieerd kan worden om invulling te geven aan een risicogerichte aanpak. Daarbij is ook het voornemen om te kijken naar werkzaamheden waarvoor vanwege de zeer geringe risico’s kan worden volstaan met een ander bewijs van naleving dan certificering.

