De kantonrechter geeft een uitleg over de ‘Ontziemaatregel’ in de cao Werken voor waterschappen.
De werknemer is geboren in 1966. Hij werkt sinds 1 oktober 2002 in dienst van het Waterschap. De functie van de werknemer is servicemedewerker. Hij werkt vanaf het begin van zijn aanstelling/dienstverband 40 uur per week. Op de arbeidsovereenkomst is de (standaard-) cao Werken voor waterschappen van toepassing.
Ontziemaatregel
De cao kent sinds 2022 de zogenoemde Ontziemaatregel, die in de cao over 2024 is vastgelegd in paragraaf 5.3.4. De maatregel biedt de werknemer vanaf de leeftijd van 58 jaar die werkzaamheden uitvoert onder fysiek verzwarende omstandigheden recht op “ontzie-uren”.
Vanaf 58 jaar heeft de werknemer recht op 2,5 ontzie-uren en vanaf de leeftijd van 60 jaar wordt dit recht verhoogd tot (maximaal) 5 uren. Voor de ontzie-uren vindt volgens de cao geen inhouding op het loon plaats.
De werknemer heeft aan het Waterschap laten weten dat hij van de Ontziemaatregel gebruik wil maken, waarop het Waterschap heeft aangegeven dat de werknemer pas van de Ontziemaatregel gebruik kan maken als de arbeidstijd is teruggebracht naar 36 uur per week.
Na correspondentie tussen de gemachtigden is bij e-mail van 15 juli 2024 het verzoek van de werknemer afgewezen.
Vordering werknemer
De werknemer stapt naar de kantonrechter en vordert dat hij op grond van de cao recht heeft op toepassing van de Ontziemaatregel.
Ook vordert hij dat het Waterschap aansprakelijk is voor de door de werknemer geleden schade als gevolg van de afwijzing op 15 juli 2024 en dat de schade gelijk is aan 2,5 maal het uurloon (inclusief vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en overige emolumenten), vermenigvuldigd met het aantal weken dat het Waterschap na 15 juli 2024 de Ontziemaatregel niet heeft toegepast op de werknemer.
Verder vordert de werknemer dat het Waterschap de Ontziemaatregel binnen 14 dagen na betekening van het vonnis toepast. Dit betekent dat de werknemer 37,5 uur per week werkt met behoud van zijn volledige loon en overige arbeidsvoorwaarden en dat hij per zijn 60e verjaardag op 1 mei 2026 voor 35 uur per week werkt met behoud van zijn volledige loon voor 40 uur per week, op straffe van een dwangsom.
Fysiek verzwarende omstandigheden
Tussen partijen is niet in geschil, dat er sprake is van het verrichten van werkzaamheden in een functie waarbij sprake is van werken onder fysiek verzwarende omstandigheden. De werknemer heeft daarom recht op urenvermindering, zoals het Waterschap ook erkent.
40-urige of 36-urige werkweek
De enige vraag die partijen verdeeld houdt is, of bij toepassing van de Ontziemaatregel uitgegaan moet worden van een 40-urige of van een 36-urige werkweek.
Volgens de werknemer moet de urenvermindering worden toegepast op de 40 uur die hij wekelijks werkt. Het Waterschap stelt zich op het standpunt dat de arbeidsduur van de werknemer eerst moet worden teruggebracht naar 36 uur per week en dat de urenvermindering dan wordt toegepast op die 36 uur.
Voor de beoordeling van het geschil moet volgens vaste rechtspraak de cao-norm worden toegepast.
Standaard voltijdsarbeidsduur van 36 uur per week
De kantonrechter stelt in navolging van partijen vast dat de standaard voltijdsarbeidsduur in de cao is bepaald op 36 uur per week. De cao kent echter ook de mogelijkheid voor (tijdelijke) uitbreiding van de arbeidsduur tot een maximale arbeidsduur van 40 uur per week.
In paragraaf 5.3.4. van de cao waarin de Ontziemaatregel is vastgelegd, is niet bepaald dat de maatregel alleen kan worden toegepast bij een arbeidsduur van (maximaal) 36 uur.
‘Uitbreiding arbeidsduur naar 40 uur ongewenst is’
In de nieuwsbrief van 21 november 2019 van de Vereniging voor werken voor waterschappen is onder meer opgenomen:
“Cao-partijen willen als eerste benadrukken dat de voltijdsomvang van 36 uur in de cao de norm is en dat in het kader van duurzame inzetbaarheid het op grote schaal toestaan van uitbreiding van de arbeidsduur naar 40 uur ongewenst is. (…) Speciaal aandacht wordt gevraagd voor de werknemers waarbij de fysieke belasting al hoog is of die ontzie-uren genieten. In het kader van de cao-agenda voor 2020 kijken cao-partijen bij het thema Loopbaanbestendig hier verder naar.”
De werknemer leidt uit deze tekst op goede gronden af, dat de cao-partijen de samenloop van uitbreiding van arbeidsduur (naar 40 uur) en toepassing van de Ontziemaatregel, hebben onderkend en mogelijk geacht.
Elders in de cao zijn, anders dan het Waterschap heeft aangevoerd, geen aanknopingspunten te vinden voor de door het Waterschap bepleite beperking.
Korting arbeidsduur bij medische indicatie
Het Waterschap heeft in dit kader gewezen op het bepaalde in artikel 4.1.2 lid 4 aanhef en sub a, waarin is bepaald:
“Een aantal werknemers kan geen verzoek indienen tot uitbreiding van hun arbeidsduur op basis van de Wet flexibel werken of dit artikel, dit betreft:
a. werknemers die gebruik maken van de mogelijkheid tot korting van de arbeidsduur op medische indicatie”.
Het Waterschap stelt dat deze bepaling inhoudt dat er geen verzoek kan worden ingediend tot uitbreiding van de arbeidsduur als iemand gebruik maakt van de mogelijkheid tot korting van de arbeidsduur op medische indicatie. Dit is juist.
Het Waterschap trekt echter vervolgens de conclusie dat de strekking van de cao-bepalingen is, dat meer dan de normale arbeidsduur werken niet kan samengaan met het gebruik van de Ontziemaatregel.
De conclusie van het Waterschap wordt niet gevolgd. De werknemer heeft correct aangevoerd, dat de huidige Ontziemaatregel er voor bepaalde functies is en dat daar geen medisch oordeel aan te pas komt.
‘Geen noodzaak voor toepassen ontzie-uren’
Het Waterschap heeft verder gesteld dat een andere uitleg dan die van haar niet redelijk is. Die uitleg zou betekenen dat de Ontziemaatregel ertoe kan leiden dat een werknemer vanaf de leeftijd van 58 en 60 jaar achtereenvolgens 2,5 en 5 uur loon krijgt zonder daarvoor te hoeven werken, terwijl die werknemer dan zelfs nog meer uren werkt dan collega’s die fulltime, dus 36 uur, werken.
Als blijkt dat deze werknemers nog in staat zijn zelfs meer dan 36 uur te werken, is er ook geen noodzaak voor het toepassen van de ontzie-uren, aldus het Waterschap.
Recht op minder werk met behoud van loon
De kantonrechter volgt het Waterschap ook hier niet. De strekking van de Ontzie-maatregel is dat bepaalde, in de cao aangewezen, werknemers recht hebben op minder werk met behoud van loon. De werknemer heeft terecht aangevoerd dat het onredelijk zou zijn als deze werknemers eerst 10% van hun arbeidsomvang (en daarmee 10% van hun loon) zouden moeten inleveren om pas daarna van de Ontziemaatregel gebruik te kunnen maken.
De kantonrechter komt tot het oordeel dat de werknemer zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de urenvermindering moet worden toegepast op de 40 uur die hij wekelijks werkt.
Uitspraak Rechtbank Gelderland, 30 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7820

