Ongeveer 1.000 derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne hebben hierover een brief van de IND ontvangen met een toelichting op dit besluit.
Derdelanders zijn mensen van buiten de EU die tijdelijk in Oekraïne verbleven, bijvoorbeeld op een studentenvisum, en na het uitbreken van de oorlog samen met Oekraïners naar Nederland vluchtten.
Einde tijdelijke bescherming
Sinds april 2024 geldt voor deze groep derdelanders een bevriezingsmaatregel, omdat voor deze groep onduidelijk was of de tijdelijke bescherming beëindigd mocht worden. Hiermee behielden zij recht op opvang, gemeentelijke voorzieningen en werk.
Een recente uitspraak van de Raad van State bevestigt dat de tijdelijke bescherming van deze groep derdelanders mocht worden beëindigd en is daarmee in lijn met een eerdere uitspraak van het Europese Hof van Justitie.
Wat zijn de gevolgen?
De beëindiging van de bevriezingsmaatregel betekent dat deze mensen vanaf 4 september binnen vier weken Nederland moeten verlaten, behalve als zij een verblijfsvergunning of een lopende asielprocedure hebben, of een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning hebben ingediend vóór 4 september.
Voor mensen die eerder bezwaar maakten tegen het terugkeerbesluit geldt dat zij de uitspraak in hun beroepszaak in Nederland mogen afwachten. Zij mogen ondertussen gebruik blijven maken van de rechten die horen bij tijdelijke bescherming, ook na 4 september.
Bescherming vluchtelingen uit Oekraïne
De Oekraïners die naar Nederland zijn gevlucht, blijven vallen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55 EG) van de Europese Unie.
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming geeft in Nederland recht op opvang en medische zorg en daarnaast op onderwijs voor minderjarige kinderen. Het geeft ook de mogelijkheid om te werken. Als iemand onder de richtlijn valt, mag hij tot 4 maart 2027 in Nederland blijven.

