De kantonrechter oordeelt dat de werknemer op grond van de cao in een onjuiste functieschaal is ingedeeld waardoor een te laag loon is uitbetaald. De werkgever moet daarom achterstallig loon betalen aan de werknemer.
Nulurencontract
De werkgever verzorgt vervoer voor minder validen en ouderen en maakt voor de werkzaamheden met name gebruik van vrijwilligers. De werknemer was daarop een uitzondering. Met hem heeft de werkgever een arbeidsovereenkomst gesloten met ingang van 1 juli 2021 en eindigend op 31 december 2021. Het betrof een nulurencontract. Het salaris van de werknemer werd betaald uit subsidie van de gemeente Gouda.
Administratief ondersteuner / allround medewerker
De functie van de werknemer is in de arbeidsovereenkomst omschreven als ‘administratief ondersteuner’. Op de salarisstrook staat ‘allround medewerker’. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Besloten Busvervoer van toepassing verklaard. In art. 4 van de arbeidsovereenkomst staat dat het salaris € 10,63 bruto per uur bedraagt, conform de loontabel niet-rijdend personeel, functiegroep 0, periodiek 0. De cao kent geen functiegroep 0. Het bedrag van € 10,63 komt overeen met dat van functiegroep 1, periodiek 0.
Functieomschrijving
Op 26 juli 2021 heeft de bestuurder van de werkgever, de werknemer een taakomschrijving toegestuurd.
Daarnaast heeft de bestuurder onder meer het volgende aan de werknemer geschreven:
“Op termijn zal ik ook vragen aan de accountant om je functieomschrijving te veranderen. Dat moet worden Coördinator of Planner. Bij nader inzien vind ik dat beter passen dan de huidige omschrijving. Help me herinneren dat we dit oppakken in het najaar.
Help me ook herinneren dat we dan het salaris aanpassen.”
Arbeidsovereenkomst van 20 uur
Daarna is de arbeidsovereenkomst met een jaar verlengd. Met ingang van 1 oktober 2022 is het nulurencontract omgezet in een arbeidsovereenkomst voor 20 uur per week voor een jaar. In 2023 is de overeenkomst stilzwijgend verlengd. Het laatstverdiende loon is € 1.315,98 per maand exclusief 8% vakantietoeslag.
Verzocht om aanpassing loon
De werknemer heeft in de periode mei tot en met september 2024 diverse malen verzocht om aanpassing van zijn loon aan het in de cao vermelde bedrag bij de functie van Planner C. In een brief van 30 juni 2024 is voorgesteld om de werknemer met ingang van 1 januari 2024 in de functie van Planner A, functiegroep 6, te plaatsen met trede 0. De werkgever heeft het verschil bijbetaald.
Arbeidsovereenkomst opgezegd
Op 9 juli 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden. Daarin is onder meer besproken dat de werknemer op zoek zou gaan naar een andere baan. De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst op 7 oktober 2024 met onmiddellijke ingang opgezegd.
Niet volgens cao betaald
De werknemer stapt naar de kantonrechter een vordert achterstallig loon inclusief 8% vakantietoeslag en vakantiedagen.
De werknemer legt hieraan het volgende ten grondslag. Tussen partijen is de toepasselijkheid van de cao overeengekomen. de werkgever heeft de werknemer echter niet volgens de cao betaald. De functie van de werknemer komt het meest overeen met die van Planner C. De werknemer heeft daardoor een vordering op de werkgever ter hoogte van het te weinig betaalde loon over de periode van indiensttreding tot het einde van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met 50% wettelijke verhoging.
Lager loon betaald dan volgens cao verschuldigd
De kantonrechter overweegt hierover het volgende. Vaststaat dat de bestuurder al bij de indiensttreding van de werknemer heeft aangegeven dat de functie-indeling onjuist was en dat het salaris moest worden aangepast. Het was de werkgever dus vanaf het begin duidelijk dat hij een lager loon betaalde dan op grond van de cao verschuldigd was en heeft toegezegd daaraan iets te zullen doen. De werknemer mocht er dan ook op vertrouwen dat dit zou gebeuren.
Aanspraak op aanvullend salaris
De kantonrechter is met de werkgever eens dat het beter was geweest als de werknemer de inschaling in een eerder stadium had aangekaart en daarmee niet had gewacht tot mei 2024. Maar aangezien de werkgever wist dat de inschaling onjuist was en had toegezegd dit te zullen aanpassen had hij er rekening mee kunnen en moeten houden dat de werknemer aanspraak zou maken op het aanvullende salaris. Er is ook niet gebleken dat de werkgever nadeel ondervindt van het te late klagen (behalve ten aanzien van de gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente).
Is werknemer in juiste functie ingedeeld? Nee
Vooropstaat dat partijen ervoor hebben gekozen om de cao op de arbeidsovereenkomst van toepassing te verklaren. Het betreft een minimum-cao, wat inhoudt dat daarvan niet in het nadeel van de werknemer mag worden afgeweken. De werkgever moet de cao dus naleven. Dat heeft tot gevolg dat de werkgever de functie-indeling, zoals die in de cao is omschreven, moet toepassen en het daarbij behorende loon aan de werknemer moet betalen. Die verplichting wordt niet anders doordat de meeste mensen die voor de werkgever werken dat vrijwillig doen en dus geen loon ontvangen. De werkgever heeft er immers voor gekozen om de werknemer wel op basis van een arbeidsovereenkomst aan te nemen en de cao van toepassing te verklaren.
Inhoud functie doorslaggevend
Beoordeeld moet worden of de werkgever de cao op de juiste wijze heeft nageleefd. Volgens de in de cao omschreven indelingsprocedure zijn functiebenamingen niet maatgevend voor het niveau van de functie maar is de inhoud van de functie doorslaggevend. Als sprake is van een combinatie van functies moet de totaliteit van de functies worden vergeleken met één of meer geschikte voorbeeldfuncties. Daarbij geldt de vuistregel dat de zwaarste onderdelen binnen een functie bepalend zijn voor het niveau.
Functiebeschrijving als uitgangspunt
Bij de beoordeling van de zwaarte van de functie zal de functiebeschrijving van 26 juli 2021 als uitgangspunt worden genomen. Daaruit blijkt dat de taken van de werknemer met name bestonden uit het inplannen van chauffeurs en ritten. Volgens de werkgever verrichtte hij ook taken die behoren bij de functies Medewerker servicedesk A en Administratief medewerker A, namelijk het verwerken van administratieve gegevens, het inboeken van gegevens in het systeem en het uitdelen van de tassen aan de chauffeurs. Partijen zijn het er echter over eens dat deze taken ondergeschikt waren aan de planningstaken. Het ligt dan ook voor de hand om de functie te kwalificeren als planner.
Planner A, B of C?
Vervolgens moet worden beoordeeld of de taken vallen onder Planner A, B of C. Omdat de functie van de werknemer niet precies overeenkomt met de omschreven functies moeten de in de cao opgenomen functiebeschrijvingen worden uitgelegd. De maatstaven van redelijkheid en billijkheid brengen volgens de kantonrechter mee dat bij die uitleg ook rekening moet worden gehouden met de omvang en complexiteit van de organisatie.
Een Planner C geeft volgens de cao (eventueel) leiding aan een assistent planner. Vaststaat dat de werknemer geen leidinggevende taken had. Een Planner C maakt onder meer langetermijnplanningen. Het takenpakket van een planner C komt niet in de buurt van de taken die de werknemer verrichtte. De planning waarvoor de werknemer verantwoordelijk was, lijkt ook van een lager niveau dan bij de functie van Planner C is bedoeld. Mede gelet op het feit dat de werknemer geen leidinggevende taken had en de werkgever een kleine overzichtelijke organisatie is met een beperkt soort dienstverlening lijkt de functie van Planner C niet aan te sluiten bij de werkzaamheden van de werknemer.
Vanwege de aard en de omvang van de organisatie lijkt Planner B ook niet op zijn plaats. De werknemer verrichtte weliswaar extra taken maar vaststaat dat die zeer beperkt waren. Volgens de kantonrechter is de werknemer dan ook niet aan te merken als planner B. Mede gelet op de aard en omvang van de organisatie wordt dan ook geoordeeld dat de werknemer de functie van Planner A bekleedde.
Ten onrechte niet-ontvangen loon
Aangezien de werknemer die taken vanaf indiensttreding heeft vervuld had hij op 1 juli 2021 in functiegroep VI, trede 0 geplaatst moeten worden en vanaf dat moment jaarlijks een periodiek moeten krijgen. Ook dat laatste is niet gebeurd.
De werknemer heeft een nadere berekening in het geding gebracht waarin is weergegeven welk loon hij op basis van dat uitgangspunt had moeten krijgen. Volgens die berekening bedraagt het ten onrechte niet-ontvangen loon inclusief 8% vakantiebijslag € 9.450,28.
Laat klagen, minder wettelijke verhoging en rente
Het gevorderde bedrag van € 9.450,28 is toewijsbaar. De werknemer vordert wettelijke verhoging over dit bedrag. De kantonrechter ziet in het feit dat de werknemer pas in 2024 over de te lage inschaling heeft geklaagd en in het feit dat de werkgever niet of nauwelijks over financiële middelen beschikt aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 5%, te weten: € 472,50.
Vanwege het laat klagen is de wettelijke rente ook niet toewijsbaar vanaf de vervaldata, maar vanaf de dag van dagvaarding.
Uitspraak Rechtbank Den Haag, 5 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10419

