
Bij de vaststelling van de 30%-vergoeding moet een werkgever rekening houden met het recht op voorkoming van dubbele belasting.
Aanleiding
Een in Nederland wonende werknemer maakt gebruik van de 30%-regeling. Het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking én de 30%-vergoeding bedragen samen € 200.000. Van dit loon komt 25% ter heffing toe aan een ander land op grond van een belastingverdrag.
De grondslag voor de 30%-regeling, zonder rekening te houden met de voorkoming van dubbele belasting, bedraagt € 200.000. De 30%-vergoeding bedraagt dan € 60.000. Voor € 50.000 (25% van € 200.000) bestaat echter recht op voorkoming van dubbele belasting. De 30%-vergoeding bedraagt, rekening houdend met de voorkoming van dubbele belasting, dan € 45.000, zijnde 30% van € 150.000.
Vraag
Doet de inhoudingsplichtige een juiste aangifte loonheffingen als bij de vaststelling van de 30%-vergoeding geen rekening wordt gehouden met het recht op voorkoming van dubbele belasting en de 30%-vergoeding wordt vastgesteld op € 60.000?
Antwoord
Nee. Op grond van artikel 10ea, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (hierna: UBLB 1965) bedraagt het in de loonaangifte in aanmerking te nemen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking € 155.000 (€ 200.000 minus € 45.000 (30%-vergoeding)).
Er bestaat recht op voorkoming van dubbele belasting voor € 50.000.

