
De laagste loonschalen in cao’s liggen in 2022 gemiddeld 6,1% boven het wettelijk minimumloon (Wml) dat geldt voor werknemers van 21 jaar en ouder. In de cao’s van 88% van de werknemers zijn afspraken gemaakt die de werkbelasting van oudere werknemers kunnen verlichten (ontziemaatregelen). De gemiddelde met werknemersaantallen gewogen normale arbeidsduur bedraagt 37,3 uur per week. Dat blijkt uit het rapport Cao-afspraken 2023.
Minister Van Gennip van SZW informeert de Tweede Kamer over de resultaten van het jaarlijkse onderzoek naar de afspraken die cao-partijen in de meest recente cao’s hebben vastgelegd.
Zowel het aantal aangemelde cao’s als cao-werknemers is toegenomen. Per 1 januari 2023 staat de teller op 667 cao’s waaronder ruim 5,9 miljoen werknemers vallen. Een jaar eerder ging het om 640 cao’s voor 5,6 miljoen werknemers. Het relatief lage aantal cao’s en cao-werknemers per 1 januari 2022 is vermoedelijk een erfenis van het corona-tijdperk.
Zeven onderwerpen
De rapportage Cao-afspraken 2023 beschrijft de stand van zaken in de meest recente cao’s ten aanzien van zeven onderwerpen:
- contractloonmutatie;
- de onderkant van het loongebouw;
- bovenwettelijke aanvullingen bij ziekte, bij arbeidsongeschiktheid en bij werkloosheid;
- oudere werknemers;
- tariefafspraken zzp’ers;
- normale arbeidsduur; en
- de financiële positie van cao-fondsen.
Het onderzoek is gebaseerd op een steekproef van 108 cao’s, van toepassing op 5 miljoen werknemers. Op de peildatum van 1 januari 2023 zijn in totaal 667 cao’s aangemeld, waaronder 5,9 miljoen werknemers vallen. Dit betekent dat 85% van de werknemers met een cao, onder een steekproef-cao vallen.
1 Contractloonmutatie
De contractloonontwikkeling bedraagt in 2022 gemiddeld 3,5% op niveaubasis en 3,1% op jaarbasis. Dat is gebaseerd op 104 van de 108 steekproefcao’s van toepassing op ruim 4,8 miljoen werknemers. In 2021 bedroeg de gemiddelde contractloonontwikkeling op niveau- en op jaarbasis 1,9% respectievelijk 1,8%.
Ten opzichte van 2021 ligt de contractloonontwikkeling in 2022 op niveaubasis 1,6%-punt en op jaarbasis 1,3%-punt hoger.
De contractloonmutatie is in 2022 op niveaubasis gemiddeld 3,8% in de marktsector, 4,4% in de overheidssector en 2,2% in de zorgsector.
Voor 2023 zijn van 83 van de 108 cao’s, van toepassing op ruim 4,1 miljoen werknemers onder de steekproef, de loongegevens bekend (peildatum 22 juni 2023). Deze bedraagt gemiddeld 6,0% op niveaubasis en 5,1% op jaarbasis.
Ten opzichte van 2022 ligt de contractloonontwikkeling op niveaubasis in 2023 vooralsnog dus 2,5%-punt en op jaarbasis 2%-punt hoger.
De contractloonmutatie is in 2023 op niveaubasis gemiddeld 5,6% in de marktsector, 4,3% in de overheidssector en 7,5% in de zorgsector.
2 Onderkant loongebouw
De laagste loonschalen in cao’s liggen in 2022 gemiddeld 6,1% boven het wettelijk minimumloon (Wml) dat geldt voor werknemers van 21 jaar en ouder. Ten opzichte van 2021 betekent dit een stijging met 3,5%-punt. De jeugdloonschalen liggen in cao’s met een vakvolwassen leeftijd van 21 jaar gemiddeld 27,8% (voor 15-jarigen) tot 4,1% (20-jarigen) boven het bijbehorend wettelijk minimumjeugdloon.
3 Bovenwettelijke aanvullingen bij ziekte en werkloosheid
In de meeste cao’s is de loondoorbetaling bij ziekte gedurende twee jaar in totaal hoger dan 170%. Meestal is hieraan de voorwaarde verbonden dat sprake moet zijn van gedeeltelijke werkhervatting of actief meewerken aan re-integratie.
Voor iets meer dan de helft van de werknemers bedraagt de loondoorbetaling in het eerste jaar 100%.
Als sprake is van ziekteverzuim als gevolg van een beroepsziekte of een arbeidsongeval, geldt voor ruim een derde van de werknemers de afspraak dat het loon volledig wordt doorbetaald.
Voor ruim twee derde van de werknemers onder de onderzochte cao’s zijn afspraken opgenomen over
bovenwettelijke aanvullingen bij arbeidsongeschiktheid na de eerste twee ziektejaren.
Voor 74% van de werknemers onder de onderzochte cao’s gelden afspraken over reparatie van het 3e WW-jaar.
4 Oudere werknemers
Om de duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers te verhogen, kunnen er in cao’s verschillende ontzie- en stimuleringsmaatregelen worden opgenomen.
In de cao’s van 88% van de werknemers zijn afspraken gemaakt die de werkbelasting van oudere werknemers kunnen verlichten; zogenoemde ontziemaatregelen.
Ontziemaatregelen zijn onder te verdelen in de volgende afspraken: vrijstelling van diensten (68% van de werknemers), extra verlof (32% van de werknemers), arbeidsduurverkorting (52% van de werknemers), demotie (29% van de werknemers) en deeltijdpensioen (16% van de werknemers).
RVU-regeling
Deze afspraken blijven redelijk stabiel over de tijd. Wel is er een stijging te zien in het aantal RVU-regelingen ten opzichte van het eerste meetmoment in 2020. Dit is een logische ontwikkeling
met oog op de versoepeling van de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing) met ingang van 1 januari 2021.
53% van de werknemers in de steekproef valt onder een cao met een afspraak of voornemen over een collectieve RVU-regeling. Het gaat om de afspraken pensioenontslagbeding (88% van de werknemers) en afspraken over doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd (80% van de werknemers).
Langer doorwerken
Afspraken over langer doorwerken van oudere werknemers komen voor in de cao’s van 96% van de werknemers met een cao.
5 Tariefafspraken zzp’ers
Voor het onderzoek is een complete set van 667 cao’s onderzocht. In negen cao’s, van toepassing op 1% van de werknemers onder een cao, staat een afspraak over (of richtlijnen voor) tarieven voor zzp’ers. Naast de vijf cao-afspraken waarover in de vorige rapportage is gerapporteerd, zijn er vier nieuwe afspraken bijgekomen, namelijk in de cao’s Grondstoffen Energie en Omgeving, Kunsteducatie,
Nederlandse Podia en Veiligheidsdomein.
6 Normale arbeidsduur
De normale arbeidsduur in de onderzochte cao’s loopt uiteen van 34 tot 40 uur per week en bedraagt gemiddeld 37,3 uur.
De gemiddelde normale arbeidsduur is het hoogst in de sectoren bouwnijverheid en vervoer en communicatie: 38,8 respectievelijk 39,1 uur per week. Voor 41% van de werknemers onder de onderzochte cao’s ligt de arbeidsduur tussen de 36 en 37 uur per week.
7 Financiële positie cao-fondsen in 2021
Eens in de twee jaar wordt de financiële positie van cao-fondsen onderzocht. Het onderzoek ziet op alle algemeen verbindend verklaarde cao-fondsen met dienstverlenende doelstellingen uit 2021. In 2021 bedroegen de baten van de 70 onderzochte fondsen € 472,3 miljoen. Het grootste deel hiervan is afkomstig uit premieheffing. De lasten bedroegen € 436,1 miljoen. De reserves zijn met € 36,2
miljoen toegenomen tot een bedrag van € 567,6 miljoen.

