
Minister Schouten van Pensioenen informeert over de transitieperiode naar de herziening van het Nederlandse pensioenstelsel.
Met de Wet toekomst pensioenen (Wtp) wordt invulling gegeven aan de herziening van het Nederlandse pensioenstelsel, zoals overeengekomen door sociale partners en de overheid en vastgelegd in het pensioenakkoord. Nu de wet is aangenomen door beide Kamers, start per 1 juli de transitieperiode waarin pensioenuitvoerders ook daadwerkelijk de overstap naar het nieuwe stelsel zullen maken.
1 Transitieperiode tot 1 januari 2028
Bij de behandeling van de Wet toekomst pensioenen in de Eerste Kamer heeft de minister toegezegd de transitieperiode met één jaar te verlengen. Uitgangspunt daarbij is dat de overige mijlpalen onveranderd blijven.
Het verlengen van de transitieperiode biedt de kans om de uitvoering meer te spreiden, zodat de werkzaamheden breder verdeeld kunnen worden. Schouten is van plan de hiervoor benodigde wetswijziging dit jaar aan de Tweede Kamer aan te bieden. Zij wil daarbij de wettelijke termijnen niet langer in de wet, maar in lagere regelgeving opnemen.
Mocht op basis van de ervaringen tijdens de transitie blijken dat verdere verlenging noodzakelijk is, dan biedt lagere regelgeving een adequater handelingsperspectief.
De hervorming van het pensioenstelsel is een van de maatregelen die het kabinet heeft genomen in het Herstel- en Veerkrachtplan. Daarin zijn drie juridisch bindende mijlpalen opgenomen:
- de inwerkingtreding van de wet;
- de afronding van de arbeidsvoorwaardelijke fase (indiening van de transitieplannen); en
- de indiening van de implementatieplannen.
Het verlengen van de transitieperiode heeft geen gevolgen voor de mijlpaal van de afronding van de arbeidsvoorwaardelijke fase (ultimo 2024) en het indienen van de implementatieplannen (1 juli 2025).
Het doel van de langere transitieperiode is om de uitvoering – indien nodig – meer tijd te geven om te
komen tot een beheerste en zorgvuldige transitie.
Ook met de verlenging van de transitieperiode blijft sprake van een omvangrijke transitie. De minister vindt het belangrijk om vinger aan de pols te kunnen houden, tijdig te kunnen bijsturen en de beide Kamers mee te nemen in de recente ontwikkelingen gedurende de transitie. Schouten is daarom van plan elk half jaar door middel van voortgangsrapportages te informeren over ontwikkelingen met
betrekking tot de transitie.
2 Plan van aanpak monitoring
De monitoring ziet op het transitiebeeld op hoofdlijnen en de doelstellingen van het pensioenakkoord.
De monitoring heeft als doel tijdig knelpunten te kunnen identificeren en voor zover nodig aanvullende maatregelen te kunnen nemen. De resultaten van de monitoring geven tijdens de transitieperiode zicht op de voortgang en invulling van de transitie als ook inzicht in de ervaringen van en met de transitie en het nieuwe stelsel.
De monitoring zal via een aantal trajecten verlopen, die hierna nader worden toegelicht.
Transitiemonitor
Het transitiebeeld wordt op hoofdlijnen gemonitord. Hiertoe wordt ten eerste een transitiemonitor opgezet. Deze zal ingegaan op de voortgang van de besluitvorming en implementatie, de transitiekeuzes die zijn gemaakt en de ervaringen met de transitie en het nieuwe stelsel van partijen die
uitvoering geven aan de transitie. Het gaat dan om sociale partners en pensioenuitvoerders. Ook de ervaringen van de toezichthouders zullen hierbij aan bod komen.
In de transitiemonitor wordt onderscheid gemaakt tussen de arbeidsvoorwaardelijke fase en de onderbrenging en implementatie bij pensioenfondsen en bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen.
Wat wanneer?
Het zwaartepunt zal in de eerste rapportages liggen op de arbeidsvoorwaardelijke besluitvorming, omdat deze afspraken – voor regelingen die worden ondergebracht bij pensioenfondsen – uiterlijk 1 januari 2025 moeten zijn afgerond. In de periode daarna zal het transitiebeeld over de arbeidsvoorwaardelijke fase aangevuld worden met keuzes die nog worden gemaakt voor verzekerde regelingen, waarvoor de wettelijke mijlpaal op 1 oktober 2026 ligt.
Publieksmonitor
Sinds februari 2022 wordt er elk kwartaal een meting in het kader van de publieksmonitor pensioenen uitgevoerd. De publieksmonitor pensioenen heeft als doel om doorlopend het vertrouwen van de Nederlandse bevolking in het pensioenstelsel inzichtelijk te maken.
Onderzoek (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden
Ook zal onderzoek onder (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden onderdeel uitmaken van de monitoring.
Terwijl bij de publieksmonitor het zwaartepunt ligt op vertrouwen in het pensioenstelsel in het
algemeen, heeft dit onderzoek de insteek om verdiepend inzicht te verkrijgen in de ervaringen van deelnemers, pensioengerechtigden en gewezen deelnemers met de transitie.
Informatie inzake klachten, geschillen en rechtspraak
In het wetgevingsproces bij de Wet toekomst pensioenen heeft de Raad voor de rechtspraak aangegeven te vrezen dat – zonder nadere maatregelen – de transitie naar het nieuwe stelsel tot een aanzienlijke extra belasting van de rechter kan leiden en in het ergste geval tot een ontregeling van het civiele
rechtspraaksysteem.
Naar aanleiding van deze constatering heeft er overleg plaatsgevonden tussen de ministeries van Justitie en Veiligheid, SZW en de Raad voor de rechtspraak over mogelijkheden om de rechtsbescherming en de
toegang tot de rechter zodanig vorm te geven dat de werklast voor de gerechten
beheersbaar blijft. Dit heeft geresulteerd in diverse waarborgen in het systeem, zoals de normen over evenwichtigheid en bepalingen inzake informatievoorziening die tot minder klachten en geschillen moeten leiden.
Mocht het toch tot een klacht of een geschil komen, dan geldt er op grond van de Wet toekomst pensioenen dat een interne klachtenregeling geborgd moet zijn. Ook voorziet de wet in een
externe geschilleninstantie.
Doelstellingenonderzoek
De Tweede Kamer heeft ook gevraagd om onderzoek te doen in hoeverre de drie doelstellingen die ten grondslag liggen aan de Wet toekomst pensioenen worden behaald.
Het gaat om:
- eerder perspectief op een koopkrachtig pensioen;
- een transparanter en meer persoonlijker pensioenstelsel; en
- betere aansluiting bij ontwikkelingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt.
Beoogde planning
In onderstaande overzicht wordt nog eens schematisch weergegeven welke informatie naar huidige verwachting in welke voortgangsbrief wordt opgenomen.
Met deze voortgangsbrieven geeft de minister ook invulling aan de motie om regelmatig na de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen invoeringstoetsen uit te voeren naar de invoering, uitwerking en uitvoerbaarheid.
Als er gedurende de transitie blijkt dat onderdelen niet haalbaar zijn of er andere accenten in de
monitoring gelegd moeten worden, zal Schouten daar op inspelen en dit met de Kamer bespreken.
| Voortgangsrapportage | Inhoud |
| Winter ‘23/24 | Aanpak doelstellingenonderzoek |
| Zomer ‘24 | Transitiemonitor, met ten minste aandacht voor: – de arbeidsvoorwaardelijke fase pensioenfondsregelingen – mogelijke eerste ervaringen uit de uitvoeringPublieksmonitor |
| Winter ‘24/25 | Transitiemonitor, met ten minste aandacht voor – arbeidsvoorwaardelijke fase pensioenfondsregelingen – onderbrenging pensioenfondsen – mogelijke eerste ervaringen uit de uitvoeringPublieksmonitor Deelnemersonderzoek |
| Zomer ‘25 | Transitiemonitor, met ten minste aandacht voor – onderbrenging pensioenfondsen – ervaringen uit de uitvoeringPublieksmonitor Informatie over klachten, geschillen en rechtspraak Deelnemersonderzoek |
| Winter ‘25/26 | Transitiemonitor, met ten minste aandacht voor – onderbrenging verzekeraars en ppi’s – ervaringen uit de uitvoeringPublieksmonitor Informatie over de rechtspraak |
| Zomer ‘26 | Transitiemonitor, met ten minste aandacht voor – onderbrenging verzekeraars en ppi’s – ervaringen uit de uitvoeringPublieksmonitor Deelnemersonderzoek Informatie over klachten, geschillen en rechtspraak |
| Winter ‘26/27 | Transitiemonitor, met ten minste aandacht voor – ervaringen uit de uitvoeringInformatie over de rechtspraak |
| Zomer ‘27 | Transitiemonitor, met ten minste aandacht voor – ervaringen uit de uitvoeringDeelnemersonderzoek Informatie over klachten, geschillen en rechtspraak |
| Winter ‘27/28 | Eindbeeld over de transitie / vooruitblik op de evaluatie van de transitie |
3 Regeringscommissaris aanstellen
Tijdens de behandeling van de Wtp in de Eerste Kamer heeft de minister aangekondigd een regeringscommissaris aan te zullen stellen, gericht op het verloop van de transitie naar het nieuwe stelsel en met het oog op de uitvoeringspraktijk.
Primair zal de regeringscommissaris de minister adviseren over het verloop van de transitie en daarbij adviezen doen om eventuele knelpunten weg te nemen. De advisering kan zien op verschillende elementen waaronder aanpassingen in de regelgeving, nadere (bestuurlijke) gesprekken, voorlichting of communicatie. De regeringscommissaris zal daarbij ten minste worden gevraagd Schouten in de zomer van 2024 en begin 2025 (weegmomenten) te adviseren over de uiterste transitiedatum.
Ten tweede zal de commissaris een rol spelen bij het stimuleren van sectorpartijen om goede voorbeelden te delen en kennis over de uitvoeringspraktijk onderling te delen, zowel in de arbeidsvoorwaardelijke fase als de implementatiefase. De commissaris kan daarbij gebruik maken van de al bestaande initiatieven, zoals het platform Werkenaanonspensioen.nl.
De minister streeft ernaar de benoeming van de regeringscommissaris af te ronden voor 1 januari 2024, zodat het eerste advies kan worden meegezonden met de voortgangsbrief in de zomer van 2024.
Transitieperiode van start
Nu het wetsvoorstel door beide Kamers is aangenomen gaat de volgende en belangrijke fase van de stelselherziening in: de transitieperiode. De sociale partners en pensioenuitvoerders zijn aan zet om alle regelingen op zorgvuldige wijze om te zetten en om deelnemers en pensioengerechtigden daar op adequate wijze in mee te nemen. Tegelijkertijd zijn de stelselherziening en de uitwerking van de gemaakte afspraken een gezamenlijke opgave, waarvoor Schouten zich ook tijdens de transitieperiode in zal blijven zetten.

